Discpedia / Discgolf termen

Discgolf disc met een stamp van DiscpediaDe Discpedia verklaart de meeste discgolf termen en nog veel meer. Van Ace tot Zweefvermogen, en alle schijftaal daartussen. Lekker doorzoekbaar en aanklikbaar.

De lijst is al veel te compleet, dus als je nog aanvullingen of correcties hebt, dan horen we dat graag.

528 termen in de Discpedia

#

150 Class #
Een klasse discs met een gewicht tot maximaal 150 gram. Deze lichte discs zijn (vaak) geschikter voor beginners en dit is de enige klasse discs die is goedgekeurd voor toernooien in Japan.
3-minuten regel #
Een officiële PDGA-regel die stelt dat spelers maximaal drie minuten de tijd hebben om een zoekgeraakte disc te vinden. De timer start pas zodra de groep is aangekomen in het gebied waar de schijf vermoedelijk ligt. Is de disc na precies drie minuten nog steeds niet gevonden, dan wordt deze officieel als 'verloren' beschouwd. Dit kost de speler één strafworp, waarna hij verplicht is de worp over te doen vanaf zijn vorige ligging.
30-seconden regel #
Een officiële PDGA-regel die stelt dat een speler maximaal 30 seconden de tijd heeft om zijn worp uit te voeren, gerekend vanaf het moment dat hij bij zijn disc is aangekomen, zijn lie heeft vastgesteld en het speelveld vrij is. Het overschrijden van deze tijd resulteert in een officiële tijdswaarschuwing.
360-Spin Worp #
Een techniek voor extreme afstand waarbij de speler een volledige pirouette van 360 graden draait tijdens de aanloop om maximale rotatiesnelheid op te bouwen. Komt veel voor bij distance showcases, maar gaat snel ten koste van nauwkeurigheid.

A

A-Tier #
Toernooi-classificatie A. Groot, prestigieus toernooi (vaak twee tot drie dagen lang) met landelijke of internationale aantrekkingskracht. De inschrijvingen zitten vaak razendsnel vol en er gelden zeer strenge eisen. Zo is er een forse verplichte financiële inleg in het prijzengeld voor pro's vereist en moeten amateurs een zeer uitgebreid player pack ontvangen.
Ace #
Een hole-in-one. De speler gooit de disc vanaf de tee direct in één worp in de basket. Het meest magische moment in discgolf en de reden waarom de ace pool bestaat.
Ace pool #
Een pot waar spelers vóór de ronde elk een vast bedrag in stoppen. Gooit iemand een ace tijdens de ronde, dan strijkt die persoon de hele pot op. Gooit niemand een ace, dan schuift het bedrag door naar de volgende ronde.
Ace-run #
Een worp vanaf de tee met de bedoeling (bewust of onbewust) om in één keer in de basket te belanden. Een rollercoaster van enthousiasme, hoop en teleurstelling.
Afworp #
Zie Teeshot.
Air Bounce #
Een worp waarbij de disc richting de grond wordt gegooid en vlak voor het loslaten iets omhoog wordt gekanteld. De luchtdruk onder de disc zorgt er dan voor dat hij omhoog "stuitert" op een kussen van lucht.
Albatross #
Een score van drie worpen onder par op een enkele hole. Extreem zeldzaam, dit vereist meestal een gigantische worp direct in de basket op een lange par 5.
All square #
Een specifieke term voor een gelijke stand, die vrijwel uitsluitend wordt gebruikt in de wedstrijdvorm Match Play. Het betekent dat geen van beide spelers (of teams) op dat moment een voorsprong heeft in het aantal gewonnen holes. Als speler A bijvoorbeeld hole 1 wint en speler B wint hole 2, is de stand op de tee van hole 3 weer volledig 'all square'.
Alternate Shot #
Een vorm van dubbelen waarbij de twee spelers van een team elkaar na elke worp afwisselen met dezelfde disc, totdat deze in de basket ligt.
Am-side #
Zie Weak-side.
Anhyzer #
Een werphoek waarbij de buitenrand van de disc schuin omhoog wijst bij het loslaten. Bij een rechtshandige backhand zorgt dit voor een vlucht naar rechts.
Anhyzer Putt #
Een putt die met een anhyzer-hoek wordt gegooid, waardoor de disc in een bocht van links naar rechts (voor RHBH) richting de basket glijdt. Vaak gebruikt als de speler om een obstakel heen moet putten.
Anhyzer Roller #
Een roller-worp uitgevoerd met een backhandgrip waarbij de disc met anhyzer-hoek wordt gegooid, zodat hij op zijn rand landt en wegrolt. De backhand-tegenhanger van de Froller.
Approach #
Een veilige worp (vaak vanaf de fairway) met als doel om de disc zo dicht mogelijk bij of onder de basket te laten landen, om de volgende putt makkelijk te maken.
Approach-disc #
Een relatief langzame disc (vaak een midrange of werpputter) die speciaal wordt gebruikt voor de naderingsworp richting de basket. Het doel is niet maximale afstand, maar ultieme precisie en controle. Je gebruikt een approach-disc om de disc zo dicht mogelijk bij de basket te laten landen, zodat je daaropvolgende putt een makkelijke intikker wordt.
Arm-speed #
De snelheid waarmee de werparm door de worp beweegt. Hoe hoger de arm-speed, hoe meer energie er op de disc wordt overgebracht. Arm-speed is niet iets wat je geforceerd opvoert met spierkracht — het is het resultaat van een goede techniek en snelle beweging.
Average Shot #
Een minder bekende, maar strategische vorm van dubbelen waarbij de twee spelers van een team gooien vanaf de tee. Vervolgens wordt het exacte geometrische middelpunt tussen de twee gelande schijven bepaald. Vanaf die nieuwe, gedeelde ligging (de lie) doen beide spelers hun volgende worp, waarna opnieuw het gemiddelde middelpunt wordt gezocht.
Away player #
De speler wiens disc het verst van de basket verwijderd is nadat alle spelers vanaf de tee hebben geworpen. Deze speler is volgens de regels altijd als eerste aan de beurt om de volgende worp te doen. Synoniem voor 'out'. "Ben ik out?" betekent dus: "Lig ik het verste van de basket?"

B

B-Tier #
Toernooi-classificatie B. Een groter, regionaal toernooi dat hogere eisen stelt aan de organisatie. Een B-Tier duurt vaak het hele weekend (twee dagen of meer). Voor de Pro-divisies moet de organisatie verplicht extra sponsorgeld (added cash) aan de prijzenpot toevoegen. Voor deelname is een actief PDGA-lidmaatschap verplicht.
Baan #
Zie Course.
Baanplattegrond #
Zie Course Map.
Back-nine #
De laatste negen holes van een standaard 18-holes discgolfbaan (hole 10 tot en met 18). Dit is de tweede en afsluitende helft van een volledige ronde. Op veel banen is de back-nine net iets uitdagender dan de front-nine, om de spanning tegen het einde van de ronde op te bouwen.
Back-up #
Het gevreesde toernooifenomeen waarbij één of meerdere groepen (cards) moeten wachten op de tee, omdat de groep voor hen vertraging oploopt. Het is de ultieme test voor je concentratie en een garantie voor afkoelende spieren.
Backdoor #
Wanneer een disc achter een obstakel (zoals een boom of struik) langs vliegt en via die "achterdeur" alsnog bij de basket komt.
Backdrop #
Een natuurlijke "stop-knop" (boomstronk, heuvel, muur) achter de basket. Dankzij de backdrop belandt je mislukte putt niet aan de andere kant van het park.
Backhand #
De standaard worp in discgolf, vergelijkbaar met de backhand in tennis, waarbij de disc min of meer voor het lichaam langs wordt gegooid. Vaak aangeduid als RHBH (Right Hand Backhand) of LHBH (Left Hand Backhand).
Backhand
Backhand Grip #
Een grip waarbij de duim op de bovenkant (flight plate) ligt, de vingers onder de disc zijn gekruld met één of meer vingerkussentjes tegen de binnenrand, en de rug van de hand naar het doel wijst.
Backhand roller #
Een roller-worp vanuit een backhand. Gooi de disc met een extreme anhyzer hoek op de grond, waarna de disc op zijn rand landt en honderden meters vooruit kan rollen. Extreem onderstabiele (understable) drivers met een ronde rand (rim) zijn het meest geschikt. Let op: voor een Cut roller gebruik je juist een overstabiele disc en die gooi je meteen richting grond.
Bag #
De tas waarmee een discgolfer schijven over de baan vervoert. Deze tassen zijn speciaal zo ontworpen dat discs overzichtelijk kunnen worden opgeborgen en er tijdens het spelen snel en makkelijk bij kan. Varianten lopen uiteen van een eenvoudig starterstasje tot een professionele rugzak of een volledig uitgeruste cart op wielen.
Bagger #
Zie Sandbagger.
Bagtag #
Een genummerd plaatje dat aan de discgolftas kan hangen. Bij onderlinge competities worden tags geruild op basis van score: win je van de houder van een lager nummer, dan wissel je van tag. Nummer 1 is de meest begeerde — en het zwaarst te verdedigen.
Bagtag ronde #
Een specifieke ronde of minitoernooi waarbij alle deelnemers hun fysieke bag tags inzetten. Aan het einde van de ronde worden de tags opnieuw verdeeld op basis van de gegooide scores, waarbij de speler met de laagste score het laagste (en meest begeerde) nummer mee naar huis neemt. Zie ook: Bloedhonden-ronde.
Bailout Zone #
Een veiliger, doorgaans obstakelvrij gedeelte op of naast de fairway, ver weg van de ideale (maar risicovolle) route naar de basket. Een speler mikt bewust op deze zone als gecontroleerde lay-up of reddingsworp wanneer de directe aanval op de basket de kans op strafworpen (zoals water of OB) te groot maakt.
Banging Chains #
De handeling (en het bijbehorende, oh zo bevredigende geluid) van het succesvol in de basket gooien van een putt, waardoor de kettingen luid tegen elkaar kletteren.
Base Plastic #
De meest betaalbare, basislijn van kunststofmengsels die door fabrikanten (zoals Innova's DX of Discraft's Pro-D) wordt geproduceerd. Dit materiaal biedt ongeëvenaarde grip, vooral bij nat weer, maar deukt, krast en vervormt aanzienlijk sneller na een botsing met een boom.
Basket #
Het doelwit van de hole. Een metalen constructie met hangende kettingen en een opvangbak. Soms wordt hiermee ook de alleen metalen korf onder de kettingen mee bedoeld: "Je hebt je putter in de basket laten liggen."
Basket
Bead #
Een subtiel, opstaand randje aan de alleronderste buitenrand van de disc (vaak te vinden bij putters en midranges). Een bead verandert het gevoel van de grip en helpt de disc vaak om net iets langer zijn (over)stabiliteit te behouden naarmate hij slijt. Discs zonder dit randje noem je beadless.
Beaded #
Zie Bead.
Beadless #
Een disc zonder een 'bead' (een opstaand randje) aan de onderste buitenrand. Veel spelers geven bij hun putters of midranges de voorkeur aan een beadless profiel, omdat de gladde rand voor hen comfortabeler aanvoelt en zorgt voor een naadloze release uit de hand. Omdat het extra randje ontbreekt, slijt een beadless disc (en daarmee de stabiliteit) doorgaans net iets sneller in dan een variant met een bead.
Bear Disc Golf #
Discgolf vereniging met als thuisbasis het Immerloo Park in Arnhem.
Beaten in #
De schade aan een boom die dicht bij de tee staat en waar met grote regelmaat discs tegenaan komen.
Beating in #
Het proces waarbij een disc door veelvuldig gebruik, slijtage en botsingen inslijt, wat de aerodynamische eigenschappen verandert (vaak wordt de disc onderstabieler).
Beefy #
De omschrijving van een disc die extreem overstabiel is. Een 'beefy' disc heeft de eigenschap om onmiddellijk en met veel kracht te faden (af te buigen), zelfs bij harde tegenwind of wanneer deze door spelers met enorm veel kracht wordt gegooid.
Belly Putt #
Een volledig legale, maar fysiek ongemakkelijke putt-houding waarbij de speler plat op zijn buik op de grond ligt. Dit wordt ingezet wanneer de schijf diep onder een struik of zeer laaghangende takken is geland en elke andere verticale steunpositie onmogelijk is.
Best Score #
Een vorm van dubbelen waarbij beide spelers de hole volledig individueel uitspelen. Alleen de laagste score van de twee spelers telt als de uiteindelijke teamscore voor die hole.
Best Shot #
Een populaire vorm van dubbelen waarbij beide spelers gooien en het team kiest vanaf welke disc ze verder spelen. Vanaf dat gekozen punt gooien beide spelers opnieuw, totdat de hole is uitgespeeld.
Binnenkettingen #
Birdie #
Een score van één worp onder par op een hole. Reden voor een tevreden knikje, een vuistje of — als je geluk hebt — een spontane birdie dance. Drie op rij? Dat is een Turkey.
Birdie Fest #
Een ronde waarbij een speler zoveel birdies achter elkaar scoort dat de rest van de kaart overweegt om kaartjes te verkopen. Zeldzaam, spectaculair en reden voor lichte jaloezie.
Birdogey #
De pijnlijkste combinatie in discgolf: je hebt een goede kans voor birdie, je mist, je come back putt heeft een spit out, en zo heb je ineens bogey. Van één onder naar één boven in twee missers.
Black Ace #
Een afworp vanaf de tee die pardoes, vaak tot hilariteit van de kaart, direct in de verkeerde basket belandt (bijvoorbeeld de basket van een naastgelegen hole). Hoewel de worp op zichzelf indrukwekkend accuraat kan zijn, telt deze niet voor de eigen score en resulteert het vaak in een strafworp of het moeten verplaatsen van de disc.
Blind hole #
Een hole waarbij de basket vanaf de tee fysiek niet zichtbaar is, vaak vanwege een scherpe bocht (dogleg), dichte begroeiing of aanzienlijk hoogteverschil. Het spelen van deze holes vereist vertrouwen in de teesign en bij voorkeur het gebruik van een spotter.
Bloedhonden-ronde #
Een jaarlijks terugkerend fenomeen bij Discgolf013, waarbij leden de houder van bagtag 1 uitdagen met als ultiem doel die felbegeerde tag te bemachtigen. Het moment van de bloedhonden-ronde laat zich (net als rokjesdag) niet voorspellen.
Blow-through #
Een putt die hard de kettingen raakt, maar er dwars doorheen glipt en aan de achterkant de basket weer verlaat.
Bogey #
Een score van één worp boven par. (Term overgenomen uit traditioneel golf).
Bogey-free round #
Een toernooironde of oefenronde afsluiten zonder ook maar één bogey (of dubbel bogey) op je scorekaart te hoeven noteren. Een ultiem bewijs van rust, consistentie en goede scramble-vaardigheden.
Bonopane Grip #
Een onconventionele, zeldzame grip waarbij de wijsvinger strak over de rand (de flight plate) van de disc wordt gebogen en samen met de duim het uiteinde vastknijpt, terwijl de overige vingers onder de rim liggen. Het wordt soms door spelers gebruikt om extreme grip-lock te voorkomen of om te forceren dat de neus van de disc (nose down) omlaag blijft tijdens de worp.
Boom #
Ego-crusher. Een veel te veel voorkomend obstakel op een discgolfbaan, ondanks dat ze relatief eenvoudig te verwijderen zijn met een kettingzaag. Bomen hebben een mysterieuze magnetische aantrekkingskracht op discs.
Bottom Stamp #
Een specifieke productiestijl waarbij de grafische opdruk (de hot stamp) niet op de bovenkant, maar aan de onderzijde van de 'flight plate' is aangebracht. Dit resulteert in een opvallend schone, minimalistische bovenkant van de disc, wat erg populair is bij puristen en spelers die zelf hun discs willen verven (dyeing).
Bounce-out #
Een situatie waarbij een geworpen disc de middelste paal van de basket met zoveel kracht raakt, dat deze direct terugkaatst en buiten de mand valt. Een bounce-out is extra frustrerend, omdat de disc keurig in het midden van de kettingen kwam (tegen de pin) en toch een extra worp oplevert.
Bounceback Birdie #
Als je na het maken van een teleurstellende bogey (of double bogey) op de eerstvolgende hole een birdie gooit. Het laat zien dat je een koele kikker bent en dat je mentaal veerkrachtig bent. Maar stiekem toch jammer van die bogey.
Box #
De beurt om als eerste te gooien vanaf de tee. Je verdient dit recht door op de voorgaande hole de laagste score van je groep te noteren. Op de (digitale) scorekaart staat de speler met 'de box' bovenaan.
Brace #
Het abrupte afremmen van je zijwaartse beweging door je voorste voet stevig op de grond te duwen. Dit zet de kinetische energie uit je aanloop om in rotatiekracht voor je bovenlichaam.
Brick #
Een disc met heel weinig zweefvermogen (glide) die na de worp opvallend snel naar de grond valt, letterlijk als een baksteen. Dit type disc glijdt of rolt nauwelijks door en is daardoor zeer voorspelbaar. Dat maakt zo'n 'brick' ideaal voor harde wind of korte naderingsworpen waarbij de disc exact op de plek van landing moet blijven liggen.
Brown Ace #
Een (vaak lange) worp die in één keer direct in een prullenbak op of rond de discgolfbaan belandt. Een dubieus maar gedenkwaardig hoogtepunt van een ronde waar menig speler stiekem toch een klein beetje trots op is.
Buitenkettingen #
Bullet #
Een snelle putt die strak rechtdoor gegooid wordt. Bij een misser kan dit een lange come back putt opleveren, en deze worp is gevoeliger voor blow-throughs en spit outs. Maakt soms indruk op de tegenstander.
Bulls Eye #
Een worp die binnen een straal van anderhalve meter (5 voet) rond de paal landt. Nét niet parked, maar dicht genoeg om blij van te worden.
Bulls Eye
Bye hole #
Een hole die tijdelijk buiten spel is gesteld, bijvoorbeeld vanwege onderhoud of een andere bijzondere omstandigheid. De kaart wordt met die hole verkort en de par-waarde aangepast.

C

C-Tier #
Toernooi-classificatie C. Omschrijft de meest toegankelijke, lokale toernooien. Vaak duren deze evenementen één of soms twee dagen en zijn ze laagdrempelig. Ideaal voor beginnende spelers om toernooi-ervaring op te doen. Hoewel het een officieel gesanctioneerd toernooi is, zijn de inschrijfgelden en de eisen aan de prijzenpotten relatief laag.
C1 in Reg #
C1 in Regulation #
Een geavanceerde toernooistatistiek. Je bereikt 'Circle 1 in Regulation' wanneer je disc in C1 (binnen 10 meter) belandt, waarbij je nog precies twee slagen over hebt om 'par' te scoren op de hole. (Voorbeeld: je drive op een par 3 belandt direct in de cirkel, óf je tweede worp op een par 4 belandt in de cirkel).
C1X #
Zie Circle 1X.
C2 in Reg #
C2 in Regulation #
Hetzelfde principe als C1 in Regulation, maar dan gemeten voor de tweede cirkel (tussen de 10 en 20 meter van de basket). Het is een uitstekende graadmeter om te zien hoe goed een speler is in het overbruggen van de fairway richting de basket.
Caddy #
Iemand die een speler tijdens een toernooi assisteert. Een caddy draagt de disc-tas, helpt bij het spotten van de discs, houdt de speler mentaal scherp en adviseert soms over de te kiezen lijn of disc. Een goede caddy kan het verschil maken tussen een goede en een geweldige ronde.
Caddy Book #
Het officiële document (vaak digitaal) met alle essentiële informatie over een toernooi. Denk aan de plattegrond van de baan, OB-regels, mando's, specifieke hole-informatie en het tijdschema.
Cage #
Zie Mand.
Calf-up #
Een technische term uit de biomechanica van een worp waarbij de hak van de achterste voet tijdens de rotatie van de grond komt. Dit is een teken dat de speler de heupen en het onderlichaam efficiënt gebruikt om kracht over te brengen.
Cali #
Een term die wordt gebruikt bij dubbel-toernooien (doubles) wanneer er een oneven aantal spelers is. De speler zonder partner wordt aangewezen als de 'Cali' en speelt solo tegen de duo's. Om het speelveld enigszins in balans te houden, krijgt een Cali-speler vaak een voordeel, zoals één toegestane herkansing (mulligan) per hole.
California #
Zie Cali.
Card #
Zie Kaart.
Carded #
Het officieel noteren of vastleggen van een score op de scorekaart. "Hij heeft een birdie gecard op hole vier." Het moment waarop je geluk (of pech) permanent wordt gedocumenteerd in de statistieken.
Cardmate #
Een medespeler die tijdens een toernooi of recreatieve ronde aan jouw specifieke groep (de 'card') is toegewezen. Je loopt gezamenlijk de hele baan, helpt elkaar indien nodig als spotter bij onoverzichtelijke holes en bent verantwoordelijk voor het controleren en bevestigen van elkaars scores.
Cart #
Een speciaal ontworpen, twee- of driewielig karretje (vaak van merken als Züca) waarmee een discgolfer zijn schijven, accessoires, drankjes en soms zelfs een ingebouwd zitje over de baan vervoert.
Cash Line #
De magische grens in het klassement van een pro-divisie. Eindig je boven deze streep? Dan ga je met prijzengeld naar huis (meestal de top 40% van het veld). Eindig je eronder? Dan was het gewoon een hele dure oefenronde.
Casual relief #
Een officiële regel waarmee je jouw ligging (lie) zonder strafworp naar achteren mag verplaatsen op de speellijn tot het dichtstbijzijnde veilige punt. Je hebt hier recht op wanneer je disc belandt in tijdelijk water (zoals een gigantische regenplas), bij gevaarlijke situaties (denk aan een wespennest of agressief wild), of in onnatuurlijke(!) obstakels zoals een geparkeerde auto. Een braamstruik behoort tot de natuurlijke begroeiing van de baan en bij de uitdaging van discgolf. Als je je broek heel wilt houden kost je dat dus een strafworp.
Casual water #
Tijdelijk of onbedoeld water op de baan, zoals grote plassen na een flinke regenbui, dat door de wedstrijdleiding niet officieel als Out-of-Bounds (OB) is aangewezen. Belandt je disc in casual water, dan levert dit geen strafworp op. Je mag de disc spelen vanaf de plek waar hij in het water ligt, of je mag zonder straf je positie naar achteren verplaatsen op de speellijn. Zie ook Casual relief.
Catch-disc #
Een traditionele frisbee met een ronde, stompe rand, ontworpen om veilig te vangen (zoals een Ultimate frisbee). Omdat reguliere discgolf-discs hard en scherp zijn, gebruiken spelers een catch-disc vaak om voor een ronde veilig warm te gooien met een medespeler. Sommige modellen zijn bovendien PDGA-goedgekeurd en kunnen op de baan worden gebruikt voor trage, zwevende worpen.
Ceiling #
Verlaagd plafond. Weinig verticale ruimte om een disc doorheen te sturen, bijvoorbeeld door lage takken of een dicht bladerdak. Dwingt de speler tot een vlakke, beheerste worp — of tot een creatieve roller.
Chains #
Zie Kettingen.
Chalk bag #
Een algemene benaming voor een klein, poreus stoffen zakje gevuld met magnesiumpoeder, kleipoeder of hars. Het wordt gebruikt door spelers om vocht en zweet van hun werphand te verwijderen, waardoor een consistente release zonder vroegtijdig wegglijden ('early release') wordt gegarandeerd.
Chase card #
De groep spelers die in een toernooi vlak achter de lead card staat qua klassement. Zij spelen in de laatste ronde meestal direct vóór de lead card en hebben vaak nog een reële kans om spelers in te halen.
Chastity belt #
De brede, metalen buitenband bovenaan bepaalde merken baskets (zoals de bekende gele banden van Innova). Vertaald betekent de term kuisheidsgordel. De band wordt zo genoemd, omdat het de kettingen als het ware 'beschermt'. Een worp die net te hoog is, wordt door deze strakke rand genadeloos afgeketst in plaats van dat de disc in de kettingen kan vallen.
Chicken Wing #
Een zeer onconventionele en zeldzame werptechniek. De speler houdt de duim aan de rand of onderkant van de disc en leidt de worp met een gebogen arm en elleboog die omhoog steekt (als een kippenvleugel). Het ziet er vreemd uit, maar sommige spelers genereren er verrassend veel kracht mee.
Chucker #
Een ietwat denigrerende term voor een (vaak beginnende of recreatieve) speler die de schijven met brute kracht en lukraak wegsmijt, zonder veel aandacht te besteden aan werptechniek, baanregels of etiquette.
Circle 1 #
De zone binnen een straal van 10 meter rond de basket. Binnen deze cirkel gelden strengere puttregels: je mag na de worp je evenwicht niet naar voren verliezen zolang de uitkomst nog onzeker is.
Circle 1
Circle 1X #
Een veelgebruikte, geavanceerde statistiek (Circle 1 eXcluded) die het putt-percentage van een speler meet binnen de 10-meter cirkel, maar zonder de vanzelfsprekende tap-ins vlak onder de paal mee te tellen (meestal putts van 3,3 tot 10 meter). Dit geeft een veel betrouwbaarder beeld van iemands daadwerkelijke put-vaardigheden op uitdagende afstanden.
Circle 2 #
De zone tussen 10 en 20 meter van de basket. Putts vanuit C2 zijn aanzienlijk moeilijker en tellen apart in spelerstatistieken. Een hoog C2-percentage is een teken van een uitzonderlijk goede putter.
Citypark Flyers #
Volgens eigen zeggen de leukste discgolfvereniging van Nederland. Maar dat kan niet. Dat is Discgolg013, natuurlijk. Duh.
Clinic #
Een educatieve sessie, waarbij een ervaren speler de theorie en praktijk van worpen en putten uitlegt en demonstreert aan een groep amateurs.
Coil #
De cruciale indraai-beweging waarbij je de schouders verder naar achteren roteert dan je heupen, zodat je romp zich opwindt als een strakke veer. Hoewel de term in de volksmond vaak wordt verward met de reachback (het simpelweg naar achteren strekken van je werparm), is de coil de daadwerkelijke torsie die voor je power zorgt. Zonder coil gooi je puur op armkracht; mét een goede coil bouw je een enorme potentiële energie op, die je – als je loslaat-timing nét even verkeerd is – perfect kunt gebruiken om met maximale snelheid de dichtstbijzijnde boomstam te testen.
Come back putt #
De putt die je moet doen nadat je eerste putt het doel heeft gemist en voorbij de basket is gevlogen of gerold.
Comebacker #
Condor #
Een score van vier worpen onder par op één enkele hole. In de praktijk is dit vrijwel uitsluitend mogelijk door een hole-in-one te gooien op een par 5. Een condor is zo extreem zeldzaam in discgolf dat de overgrote meerderheid van de spelers er in hun hele leven nooit een in levenden lijve zal zien, laat staan er zelf een gooien.
Control Driver #
Minder vaak gebruikte term die nuance aanbrengt tussen een fairway driver en een distance driver, ontworpen voor een optimale balans tussen afstand en precisie. Meestal een disc met speed 9 t/m 11. Deze schijven hebben een randdikte die nog net comfortabel en gecontroleerd vast te houden is, maar bieden wel de aerodynamica om aanzienlijke afstanden stabiel te overbruggen.
Course #
Het volledige terrein of park waarop gespeeld wordt. Een standaard discgolf course heeft meestal 9 of 18 holes.
Course designer #
De persoon (of het comité) die verantwoordelijk is voor de lay-out en architectuur van een discgolfbaan. Zij bepalen de plaatsing van de tee-pads, de fairways, de basket-posities en eventuele 'mando's' of OB-lijnen, met als doel een balans te vinden tussen veiligheid, de natuurlijke omgeving en een uitdagende spelervaring.
Course fee #
De prijs die je betaalt om toegang te krijgen tot een discgolfbaan en er een ronde te mogen spelen. Deze bijdrage wordt doorgaans gebruikt voor het onderhoud en de ontwikkeling van de baan en de bijbehorende faciliteiten.
Course Maintenance #
Wanneer je disc zo hard een tak raakt dat die er volledig afbreekt. Technisch gezien heb je de baan verbeterd voor iedereen die na je komt.
Course Map #
Het grote overzichtsbord dat meestal bij hole 1, het clubhuis of de parkeerplaats staat. Bevat de volledige lay-out van de holes, looproutes tussen de baskets en tee-pads, en de belangrijkste veiligheidsregels.
Course Record #
De laagste officieel geregistreerde score die ooit door een speler is gegooid op een specifieke lay-out van een discgolfbaan tijdens een gereguleerd toernooi of competitie. Het is de ultieme eretitel voor een speler op een lokale baan.
Courtesy violation #
Een regelovertreding wegens onbeleefd of onsportief gedrag op de baan. Voorbeelden zijn praten tijdens de worp van een tegenstander, uit je beurt gooien, of afval achterlaten. Kan leiden tot een officiële waarschuwing of strafworpen.
Crosswind #
Zie Zijwind.
CTP #
Closest To the Pin. Een side-competitie waarbij de speler die op een bepaalde hole het dichtst bij de basket landt een prijs wint. Populair bij clubs en recreatieve rondes.
Cut #
De grens in een meerdaags toernooi waarbij alleen de beste spelers (bijv. de top 50%) doorgaan naar de finale ronde(s). De spelers die buiten de boot vallen, mogen de laatste dag niet meer meespelen.
Cut Roll #
Zie Cut Roller.
Cut Roller #
Een roller (rollende worp) die zodra hij de grond raakt niet voldoende rechtop komt te staan. Bij een rechtshandige backhand (RHBH) leunt de disc hierdoor te veel naar links, wat ervoor zorgt dat hij direct en scherp naar links afbuigt in plaats van rechtdoor te rollen. De term wordt ook gebruikt wanneer een gewone, vliegende worp in een scherpe hoek landt en onbedoeld wegrolt.
Cycling #
Een methode waarbij een speler meerdere exemplaren van exact dezelfde disc (dezelfde mal, gewicht en plasticsoort) in de tas heeft, maar elk in een ander stadium van slijtage ('wear' of 'beat-in'). Omdat een disc door veelvuldig gebruik langzaam onderstabieler wordt, kan de speler met één vertrouwde grip toch meerdere vluchtlijnen afdekken, variërend van overstabiel (nieuw) tot onderstabiel (ingespeeld).

D

Death putt #
Een putt op een basket die op een steile helling of dicht bij een afgrond (water, OB) staat. Als je de putt mist, is de kans groot dat de disc ver weg rolt of in de gevarenzone eindigt.
DGN #
Disc Golf Network. De organisatie en het streamingplatform dat de live-uitzendingen van de Disc Golf Pro Tour toernooien verzorgt.
DGPT #
Disc Golf Pro Tour. De organisatie die de belangrijkste premier (professionele) discgolf-toernooien ter wereld creëert en promoot.
Did Not Start #
De officiële afkorting op een toernooiklassement voor een speler die zich wel correct had ingeschreven voor het evenement, maar nooit is komen opdagen of vóór het teeshot van de eerste hole het toernooi al heeft verlaten.
Disc #
De speciale frisbee die wordt gebruikt bij discgolf.
Disc Down #
De bewuste keuze om een langzamere, meer gecontroleerde disc te gooien in plaats van je snelste driver. Verstandig bij technische holes, nauwe fairways of als de wind te keer gaat.
Disc dyeing #
De ambachtelijke hobby binnen de community waarbij spelers speciale chemische verf (dyes) gebruiken om unieke, op maat gemaakte patronen, kleuren en kunstwerken aan te brengen op het premium plastic van hun discs.
Disc Retriever #
Een essentieel stuk gereedschap voor veel spelers. Vaak een uitschuifbare, telescopische stok (tot wel 5 of 8 meter lang) met een haakje of klemmetje aan het uiteinde, ontworpen om discs uit benarde situaties te redden. Denk aan ondiep water, diepe braamstruiken of hoge bomen. De investering die zichzelf binnen één waterrijke of bosrijke ronde ruimschoots terugverdient.
Disc Sport Alliance #
Discgolfvereniging die actief is in en rondom de randstad: Amsterdam, Nieuwegein, Rotterdam en Zoetermeer.
Discgolf013 #
De leukste, gezelligste en beste discgolfvereniging van Nederland en ver daar buiten, aldus WC-eend. Je zou hun website eens moeten zien!
Discgolf040 #
De officiële discgolfvereniging van Eindhoven. Ze spelen en beheren de 12-holes discgolfbaan in het Philips van Lenneppark.
Discgolftas #
Zie Bag.
Distance Driver #
De snelste discgolfdiscs met een brede, scherpe rand, specifiek ontworpen om maximale afstanden te gooien.
Distance Driver
Division #
De categorie waarin je deelneemt, gebaseerd op rating, leeftijd of geslacht (bijv. MPO voor de open pro-klasse, FPO voor vrouwen, of leeftijdscategorieën zoals MA1/MA2 voor amateurs).
DNF #
Did Not Finish. Een speler die een toernooi of ronde niet heeft afgemaakt. Kan door blessure, weersomstandigheden of andere omstandigheden.
Dogleg #
Een fairway die halverwege scherp naar links of naar rechts buigt, vergelijkbaar met de knik in de achterpoot van een hond. Het ontwerp van deze holes dwingt spelers om hun schijf bewust in een specifieke bocht (zoals een gecontroleerde hyzer, anhyzer of forehand) te sturen. Louter op maximale afstand rechtdoor gooien brengt je hier gegarandeerd in de problemen.
Doink #
Het vreselijke geluid dat een disc maakt wanneer deze tegen de buitenkant van het kettingrek (chain rack) crasht en direct op de grond valt.
Dome #
De bolling of opwaartse kromming van de bovenkant (flight plate) van een disc. Een schijf waarvan het midden flink bol staat, wordt in de sport vaak domey genoemd. De mate van deze bolling heeft direct invloed op de vliegeigenschappen: een domey disc heeft doorgaans meer zweefvermogen (glide) dan een plattere variant van exact dezelfde mal.
Domey #
Een term om de fysieke vorm van een disc te omschrijven wanneer de flight plate (de bovenkant) flink bol staat. Een 'domey' disc heeft hierdoor over het algemeen wat meer glide (zweefvermogen) dan een perfect platte (flat top) variant van dezelfde mold.
Double Bogey #
Twee worpen boven par op een hole. (Term overgenomen uit traditioneel golf).
Double Mando #
Een verplichte speelroute waarbij de disc exact tússen twee gemarkeerde objecten (vaak twee bomen of palen) door moet vliegen. Als de disc aan de verkeerde kant van een van beide objecten passeert, resulteert dit in een strafworp en een verplaatsing naar de dropzone.
Drive #
De eerste worp vanaf de tee aan het begin van een hole. De term wordt daarnaast ook gebruikt voor een krachtige worp over een lange afstand vanaf de fairway.
Drive for show, putt for dough #
Een klassiek gezegde, direct overgenomen uit het traditionele golf. Het benadrukt het feit dat krachtige, indrukwekkende afslagen (drives) vanaf de tee indruk maken op het publiek, maar dat toernooien en prijzengeld (dough) uiteindelijk uitsluitend worden gewonnen door uiterst consistent te zijn met de putter.
Driver #
Een type disc dat specifiek is ontworpen voor maximale snelheid en afstand vanaf de tee of de fairway. Drivers kenmerken zich door een plat profiel en een brede, scherpe buitenrand (rim) om efficiënt door de lucht te snijden. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten: de Fairway Driver (voor gecontroleerde, middellange tot lange worpen) en de Distance Driver (voor de absolute maximale afstand, wat vaak een hoge arm-speed vereist).
Driver
Drop-box #
Een (vaak afgesloten) brievenbus of bak bij de start van de baan waar eerlijke vinders gevonden discs in kunnen werpen. De lokale vereniging zorgt er vervolgens voor dat deze via naam of PDGA-nummer weer bij de rechtmatige eigenaar terugkomen.
Dropzone #
Een specifieke plek op de baan (drop-tee) waar je verplicht vanaf gooit als je een bepaalde regelovertreding hebt begaan, zoals het missen van een mando of landen in een specifieke waterhindernis.
DROT #
Disc Resting On Top. Wanneer de disc stil komt te liggen bovenop het "dak" van de basket. Dit telt NIET als geholed; de speler moet nog een worp doen.
Dubbelen #
Een wedstrijdvorm waarbij teams van twee spelers tegen elkaar strijden. De meest gespeelde variant is Best Shot, waarbij beide spelers gooien en het team telkens vanaf de best gelegen disc verder speelt, totdat de hole is uitgespeeld. Doel is om samen een zo laag mogelijke score te behalen.

E

Eagle #
Een score van twee worpen onder par. Heel lastig te behalen en toont een buitengewone vaardigheid van de speler.
Early Release #
Een veelvoorkomende werpfout waarbij de disc veel te vroeg de hand verlaat tijdens de armbeweging. Dit is meestal het gevolg van een te losse grip, zweet, of verkeerde timing. Bij een rechtshandige backhand-worp resulteert dit erin dat de disc genadeloos (en onbedoeld) ver naar links van de fairway afzwaait. Het is het directe tegenovergestelde van een grip lock.
Eiland #
Een specifiek, afgebakend gebied op de baan (meestal omgeven door out-of-bounds). Om hier correct te spelen, moet jouw disc in dit aangewezen gebied komen te liggen.
Elevated Basket #
Een basket die hoger dan standaardhoogte is gemonteerd, bijvoorbeeld op een paal, platform of helling. Vereist een andere putthoek en maakt de sweet spot lastiger te raken. En als je je putt mist vliegt je schijf verder door.
Elevated Tee #
Een teepad dat significant hoger ligt dan de fairway of basket. Biedt vaak spectaculaire uitzichten, extra glide en een vals gevoel van onoverwinnelijkheid bij de afworp.
Elite Series #
Toernooi-classificatie. De absolute top van de reguliere toernooien, georganiseerd door de Disc Golf Pro Tour (DGPT). Hier strijden uitsluitend de allerbeste touring professionals ter wereld. Deze evenementen kenmerken zich door enorme toeschouwersaantallen, massale mediadekking (live op DGN), en indrukwekkende prijzenpotten.
Entry Fee #
Het bedrag dat een speler betaalt om deel te mogen nemen aan een toernooi, competitie of league. Dit bedrag dekt doorgaans de afdracht aan de NFB/PDGA, eventuele baankosten en het budget voor prijzengeld of player packs.
Escape Shot #
Elke worp die wordt gebruikt om uit een slechte lie of een lastige situatie te komen. Resulteert soms in creatieve shots als bovenhandse rollers of bewust ingezette course maintenance.
Even #
Een score waarbij het totaal aantal gegooide worpen exact gelijk is aan de vastgestelde par van de gespeelde holes tot dan toe, of van de gehele baan. Op de scorekaart wordt dit vaak genoteerd met een 'E' of een '0'. Het is de absolute nullijn en vaak het teken van een keurige, stabiele ronde. Een mooie mijlpaal voor elke beginnende discgolfer.

F

F2 #
Zie Misprint.
FA1 #
Een amateurdivisie in de National Tour voor vrouwen van alle leeftijden. Voor deze divisie geldt een PDGA-rating van 750 of hoger. Er vindt in deze divisie geen financiële payout plaats.
FA2 #
Een amateurdivisie in de Weekend League voor vrouwen van alle leeftijden. Voor deelname geldt een maximale PDGA-rating van 800. Er vindt in deze divisie geen financiële payout plaats.
FA40 #
Een amateurdivisie voor vrouwen die in het kalenderjaar 40 jaar of ouder worden. In de National Tour geldt hiervoor een minimumrating van 750, terwijl in de Weekend League een maximumrating van 800 geldt. Er vindt in deze divisie geen financiële payout plaats.
Factory Second #
Zie Misprint.
Fade #
Het vierde vliegnummer op een disc (0 tot 5). Beschrijft de overstabiliteit: de neiging van een disc om aan het einde van de vlucht, wanneer hij snelheid verliest, sterk naar links te buigen (bij RHBH).
Fairway #
De open, ideale speelroute op de hole tussen de afslagplek en de mand.
Fairway Driver #
Een type disc, sneller dan een midrange maar langzamer dan een distance driver. Bedoeld voor gecontroleerde lange worpen.
Fairway Driver
Fairway Shot #
Een lange worp vanaf de fairway, bedoeld om aanzienlijk dichter bij of direct naast de basket te landen.
Falling putt #
Een overtreding die ontstaat wanneer een speler bij een putt (binnen 10 meter van de basket) na de worp zijn balans naar voren verliest en voor zijn marker op de grond stapt.
Fan Grip #
Een manier om de disc vast te houden waarbij de vingers gespreid ("gefanned") over de onderkant van de disc liggen. Biedt veel controle en wordt meestal gebruikt voor putten en korte approaches.
Feature Card #
Een speciaal samengestelde groep spelers voor de eerste ronde van een toernooi, gekozen op basis van publieksstemmen of sponsorkeuze. Bedoeld voor extra media-aandacht.
Field work #
Het fenomeen waarbij een speler besluit om geen daadwerkelijke ronde op de baan te spelen, maar in plaats daarvan met een grote stapel discs naar een leeg (voetbal)veld gaat. Het doel is puur het trainen van specifieke technieken, release-hoeken en het analyseren van vluchtpatronen zonder de afleiding van bomen of scores.
Finesse Shot #
Zie Touch Shot.
First available #
Een veelgebruikte term voor de allereerste boom of het eerste obstakel dat zich in of vlak naast de beoogde speellijn bevindt, direct na de teepad of de ligging (lie). De uitdrukking wordt vrijwel uitsluitend gebruikt wanneer een speler de disc direct na het loslaten tegen dit eerste obstakel werpt ("hitting the first available").
First run #
De allereerste productiebatch van een gloednieuwe disc (mold) die een fabrikant op de markt brengt. Deze schijven zijn vaak voorzien van een exclusieve 'First Run'-stempel. Bij verzamelaars zijn ze zeer gewild, mede omdat de vluchtkarakteristieken van deze eerste persing soms net iets kunnen afwijken van latere batches.
FJ18 #
Een jeugddivisie in de Weekend League, specifiek voor meisjes. Speelsters mogen in het kalenderjaar niet ouder dan 18 jaar zijn of worden. Er is in deze divisie geen ratinglimiet en er vindt geen financiële payout plaats.
Flare Skip #
Een agressieve vorm van een skip waarbij een snelle, overstabiele disc de grond raakt op een steile hyzer-hoek. De disc stuitert niet alleen ver door, maar schiet ook scherp en hoog de lucht in. Handig om om een scherpe hoek of over een laag obstakel te stuiteren.
Flashing #
Een dun, scherp randje overtollig plastic dat soms achterblijft aan de alleronderste rand van een splinternieuwe disc na het spuitgietproces. Deze rand kan oncomfortabel scherp in de hand voelen en zorgt er vaak voor dat een disc in het begin aanzienlijk overstabieler vliegt, totdat de 'flashing' door gebruik op de baan is weggesleten.
Flat Top #
Een omschrijving voor de fysieke vorm van een disc waarbij de flight plate (de bovenkant) volledig plat is, zonder enige bolling. Deze discs hebben vaak iets minder zweefvermogen (glide) dan hun 'domey' tegenhangers, maar snijden wel uitstekend door de wind en voelen voor veel spelers comfortabeler en betrouwbaarder aan bij forehand-worpen.
Flex Shot #
Een worp waarbij je een overstabiele disc gooit op een anhyzer hoek. De disc forceert een s-bocht: hij vliegt eerst naar rechts en vecht vervolgens krachtig terug naar links (bij RHBH).
Flight analyzer #
Een gespecialiseerde sensor die onder de flight plate van een disc wordt bevestigd om gedetailleerde vluchtdata te meten zoals beginsnelheid, rotatiesnelheid en loslaat-hoek.
Flight chart #
Een visuele, schematische weergave (vaak een poster of een digitaal grid op een website) die de verwachte vluchtpaden van verschillende discs ten opzichte van elkaar vergelijkt. Het toont grafisch de afstanden, de stabiliteit en de 'fade' van de modellen van een specifiek merk.
Flight numbers #
Flight Plate #
Het grote, relatief vlakke of licht bolle bovenoppervlak van de disc. Dit is het gedeelte waar je duim op rust bij de meeste worpen en het speelt een cruciale rol in de aerodynamica (lift) van de disc.
Flippen #
Het naar voren omdraaien van een gelande disc, exact op de speellijn richting de basket. Door de disc op deze manier te flippen, fungeert de zojuist geworpen schijf zelf als marker voor je volgende worp. Dit is een snelle en toegestane manier om je ligging (lie) te markeren wanneer je geen aparte mini-marker gebruikt.
Flippy #
Een disc met meer turn dan fade — hij heeft de neiging om naar rechts te draaien (bij RHBH) en niet terug te komen. Gevorderden kopen ze bewust voor specifieke shots. Ook geschikt voor beginners, want met minder speed vliegen flippy discs enigszins rechtdoor.
Floater #
Een puttstijl waarbij de putter met de neus omhoog of in een hogere boog wordt gegooid, zodat deze als het ware in de kettingen "zweeft".
Flutter #
Een lichtere, snellere variant van 'wobble'. Het is een visuele trilling van de rand van de disc in de eerste fase van de vlucht, vaak veroorzaakt door een niet geheel vloeiende 'release' of een lichte discrepantie tussen de polshoek en de arm-beweging. Kost een klein beetje snelheid, maar herstelt zich meestal in de lucht.
Follow-through #
De natuurlijke afmaakbeweging van je lichaam na het loslaten van de disc. Essentieel om opgebouwde energie veilig af te voeren en blessures te voorkomen.
Force-over #
Een worp waarbij een overstabiele disc met anhyzer-hoek wordt gegooid, zodat de disc gedwongen wordt naar rechts te draaien ondanks zijn natuurlijke neiging om links af te buigen.
Fore! #
De traditionele waarschuwingskreet die je luid roept als je disc gevaarlijk dicht in de buurt van andere mensen of spelers vliegt. Als je dit hoort: bukken en je hoofd beschermen!
Forehand #
Een worp waarbij de disc langs de werparm wordt geworpen, zoals bij tennis. Vaak aangeduid als RHFH of LHFH. (Ook wel Sidearm).
Forehand
FP40 #
Een professionele divisie in de National Tour voor vrouwen die in het kalenderjaar 40 jaar of ouder worden. Voor deze divisie geldt een minimumrating van 750 en er vindt financiële payout plaats.
FPO #
Female Pro Open. De professionele klasse specifiek voor vrouwen. Hier wordt gestreden voor prijzengeld op het hoogste niveau.
Free-to-play #
Een discgolfbaan in de openbare ruimte (zoals een openbaar park) waar iedereen gratis gebruik van mag maken. Dit zijn vaak de plekken waar passanten voor het eerst met de sport in aanraking komen.
Frisbee #
De benaming voor de bekende, traditionele vliegende schijf. 'Frisbee' is feitelijk een geregistreerd handelsmerk van de speelgoedfabrikant Wham-O. Hoewel de term in de volksmond voor vrijwel elke werpschijf wordt gebruikt, spreken 'echte' discgolfers vrijwel uitsluitend over een 'disc' of 'schijf' als ze het over hun verslaving hebben.
Frolf #
Een informele, populaire samentrekking van de woorden 'Frisbee' en 'Golf'. Hoewel het door buitenstaanders en op tv (denk aan de serie Seinfeld) vaak wordt gebruikt, wordt de term door zichzelf te serieus nemende spelers vaak met lichte afschuw bekeken.
Froller #
Forehand Roller. Een tactische worp waarbij je de disc met een forehandgrip werpt, zodat hij op zijn rand landt en wegrolt. Vaak ingezet als ontsnappingsworp vanuit de bosjes.
Front-nine #
De eerste negen holes van een standaard 18-holes discgolfbaan (hole 1 tot en met 9). Dit vormt de eerste helft van een volledige ronde.

G

Gimme #
Een putt van een zeer korte afstand waarbij het vrijwel gegarandeerd is dat de disc in de basket belandt. Het is het discgolf-equivalent van een 'inkoppertje' dat je nagenoeg onmogelijk nog kunt missen.
Glide #
Het tweede cijfer van de vier vliegnummers (flight numbers) op een disc, doorgaans variërend van 1 tot 7. Glide beschrijft het natuurlijke zweefvermogen van de schijf: de mate waarin deze aerodynamische lift vasthoudt en in de lucht wil blijven hangen. Een disc met veel glide (5 of hoger) maximaliseert de afstand bij worpen met minder arm-speed. Een disc met weinig glide (1 of 2) wil juist zo snel mogelijk terug naar de aarde.
Glow disc #
Een disc gemaakt van speciaal glow-in-the-dark plastic dat licht absorbeert en oplicht in het donker. Deze discs worden specifiek gebruikt om in de avond of nacht te kunnen spelen (een zogenoemde glow round).
Glow Round #
Een nachtelijke ronde waarbij gespeeld wordt met discs die oplichten in het donker. Sfeervoller dan het klinkt, en aanzienlijk lastiger dan overdag.
Go For Shot #
Een agressieve worp, meestal vanaf de fairway, met als doel om de disc direct in de basket te laten belanden in plaats van veilig ernaast (lay-up).
Golden Retriever #
Een specifiek type disc-reddingsmiddel; een zwaarder metalen, opvouwbaar apparaatje aan een lang, sterk touw. Je gooit het ding in een vijver of meer voorbij je gezonken disc en sleept het over de bodem terug met de hoop dat de disc in het metalen frame blijft haken.
Green #
Het gebied rondom de basket; de putt-zone. Vergelijkbaar met de green in traditioneel golf, maar in discgolf minder formeel afgebakend en zelden zo netjes gemaaid. Wordt ook wel gebruikt als synoniem voor Circle 1.
Grenade #
Een gespecialiseerde 'utility' worp waarbij je de disc ondersteboven gooit. De disc stijgt hierdoor snel, vliegt over obstakels, en valt vervolgens bijna verticaal naar beneden. Hierdoor is het de ideale worp om uit de problemen te komen, zoals bij een muur van bomen
Grip #
1) Verwijst het naar de specifieke vingerzetting en techniek waarmee een speler de disc vasthoudt voor de worp, zoals een power grip voor afstand of een fan grip voor controle. 2) Beschrijft het de fysieke textuur en stroefheid van het plastic; een disc met 'goede grip' biedt veel houvast en glijdt minder snel uit de hand, wat met name belangrijk is bij natte of koude weersomstandigheden.
Grip and Rip #
Een welbekende kreet die vaak wordt uitgesproken (of gedacht) vlak voordat een speler met volle kracht een lange drive gooit vanaf de tee. Het benadrukt het moment waarop de tactische voorbereiding eindigt en de speler puur nog vertrouwt op spierkracht en worptechniek.
Grip Enhancer #
Een hulpmiddel — zoals een rosinzakje of een Whale Sac — om de grip op de disc te verbeteren bij vochtige of warme handen.
Grip Lock #
Een veelvoorkomende werpfout waarbij de disc een fractie later wordt losgelaten dan de bedoeling was. Hierdoor schiet de worp, onbedoeld met veel kracht, sterk af naar rechts (bij een RHBH worp).
Ground play #
Alles wat een disc doet nadat deze voor het eerst de grond raakt, zoals rollen, glijden, stuiteren of abrupt stilvallen. Geoefende spelers houden hier rekening mee bij hun schijfkeuze.
Grow the Sport #
De onofficiële slogan en het allesomvattende mantra van de wereldwijde discgolf-community. Het staat voor de gemeenschappelijke inspanning om nieuwe spelers te introduceren, nieuwe banen aan te leggen met gemeentes, vrijwilligerswerk te doen en positiviteit rondom de sport te verspreiden. Ons equivalent van evangelisatie, maar dan met frisbees.
Guardian #
Een boom, heuvel of ander obstakel dat strategisch voor de basket staat en directe toegang tot de basket blokkeert. De guardian dwingt de speler tot een omweg of een creatieve worp.
Gyroscopisch effect #
Het natuurkundige principe dat ervoor zorgt dat een draaiende schijf stabiel blijft in de lucht. Hoe meer gewicht zich in de buitenste rand (rim) bevindt en hoe sneller de rotatie (spin), hoe sterker het gyroscopische effect is en hoe langer de disc zijn geplande aerodynamische vliegpad zal vasthouden.

H

Halloween Discs #
Binnen de discgolf-wereld wordt traditioneel groot uitgepakt rond Halloween. Veel merken brengen in oktober speciale edities van hun populaire discs uit. Deze schijven zijn voorzien van unieke, griezelige opdrukken zoals pompoenen, vleermuizen of spoken, en zijn vaak erg populair bij zowel spelers als verzamelaars.
Halo Plastic #
Een premium, visueel opvallende kunststofcombinatie (geïntroduceerd door Innova) waarbij de uiterste buitenrand van de disc een compleet andere, helderdere kleur heeft dan het middengedeelte (flight plate). Naast het esthetische 'halo'-effect, staat dit type plastic erom bekend dat de discs er een stuk overstabieler van worden.
Hazard #
Een aangewezen gebied op de course (zoals een zandbak of nat moeras) dat specifieke straffen met zich meebrengt. Land je in een hazard, dan krijg je vaak een strafworp, maar speel je de disc wel vanaf de plek waar hij in de hazard ligt.
Head banger #
Een term die wordt gebruikt wanneer een worp zo dicht bij de basket eindigt dat de speler bij het oprapen van de disc het risico loopt het hoofd tegen de basket aan te stoten.
Headwind #
Zie Tegenwind.
High-Speed Stability #
De aerodynamische eigenschap die bepaalt hoeveel weerstand een disc biedt tegen afbuigen in de snelle beginfase van de vlucht. Dit staat tegenwoordig beter bekend als het derde vluchtnummer: de Turn. Een disc met een hoge HSS blijft strak rechtdoor vliegen bij hoge snelheden, terwijl een disc met een lage HSS sneller de neiging heeft om om te slaan naar rechts (bij een rechtshandige backhand).
Hip-to-shoulder separation #
Het creëren van spanning in je romp door je heupen alvast richting de basket te draaien terwijl je schouders nog even achterblijven. Dit werkt als een uitgerekt elastiek dat de disc met zweepslag-effect wegschiet.
Hole #
Één afgebakend speelgedeelte, beginnend bij de tee en eindigend in de basket.
Hole-in-one #
Zie Ace.
Holing out #
Een succesvolle worp waarbij de disc definitief in de opvangbak of de kettingen rust, waarmee de hole is afgerond.
Hook Thumb Grip #
Een grip waarbij het kussentje van de duim aan de binnenkant van de rand haakt en de rand wordt vastgeklemd tussen de duim en de binnenkant van de wijsvinger.
Horseshoe Putt #
Een puttstijl waarbij de disc met een vlakke, lage boog wordt gegooid die lijkt op het gooien van een hoefijzer. Meer spin, minder hoogte.
Hot round #
Een ronde waarbij een speler uitzonderlijk goed speelt — ver onder par, met worpen die lijken alsof de basket ze zelf aantrekt.
Houthakker #
Zie Lumberjack.
Hyzer #
Een worphoek waarbij de buitenrand van de disc schuin naar beneden wijst bij het loslaten.
Hyzer bomb #
Een hoge, krachtige worp met een sterke hyzer-hoek, bedoeld om maximale hoogte en zweeftijd te combineren met een lange afstand.
Hyzer Putt #
Een backhand putt die van rechts naar links richting het doel beweegt (voor RHBH). Kan ook verwijzen naar de worphoek waarbij de rechterkant van de putter hoger gekanteld is.
Hyzer-flip #
Een worp waarbij een onderstabiele disc met een hyzer hoek (schuin omlaag) wordt gegooid. Door de hoge snelheid trekt de disc zichzelf in de lucht plat (recht), wat zorgt voor een verre en rechte vlucht.
Hyzer-out #
Wanneer een disc te vroeg in zijn vlucht naar links (bij RHBH) afbuigt en zijn fade al begint voordat hij de bedoelde afstand heeft afgelegd.

I

Inner chains #
De binnenste ring van kettingen op een basket, ontworpen om zwaardere putts in het exacte midden af te remmen en te voorkomen dat ze via de middenpaal direct weer naar buiten stuiteren (bounce-outs). Hoogwaardige wedstrijdbaskets hebben vaak dicht opeengepakte 'inner chains'.
Interference #
Een spelregel-situatie waarbij een vliegende of rollende disc onbedoeld wordt aangeraakt of beïnvloed door een dier, toeschouwer, of een speler (buiten degene die wierp). Volgens de regels wordt er geen straf gegeven en moet de disc gespeeld worden vanaf de plek waar hij na de inmenging tot stilstand is gekomen.
Internet Distance #
De afstand die iemand op internet beweert te kunnen gooien. Doorgaans aanzienlijk groter dan wat in de praktijk daadwerkelijk gehaald wordt. Discgolf-versie van visserslatijn.
Iron Leaf #
Een ogenschijnlijk onschuldig, piepklein blaadje of flinterdun takje dat op onverklaarbare, haast natuurkundig onmogelijke wijze in staat is om de volledige snelheid van een hard geworpen disc af te remmen en deze recht naar beneden te laten vallen. De term zou gepopulariseerd zijn door meervoudig wereldkampioen Paul McBeth na een berucht voorval tijdens een toernooi.
Island #
Zie Eiland.

J

Jump putt #
Een techniek waarbij de speler zich afzet en in de lucht springt tijdens de putt. Dit mag alleen als de speler verder dan 10 meter van de basket verwijderd is.

K

Kaart #
Een groep van (meestal) vier personen die tijdens een wedstrijd samen de baan lopen en op een gezamenlijke scorekaart staan.
Kettingen #
De metalen kettingen die in het bovenste deel van de basket hangen. Het doel van de kettingen is om de impact en snelheid van een geworpen disc af te remmen, zodat de schijf naar beneden in de opvangbak valt. Baskets van een hogere kwaliteit hebben vaak meerdere, zwaardere rijen kettingen om te voorkomen dat een hard geworpen disc er doorheen schiet.
Kettingen
Kettingrek #
De bovenrand van de basket waar de kettingen aan gemonteerd zijn. Maakt een onaangenaam geluid als je je disc er tegenaan gooit. Met name omdat je dan je putt gemist hebt.
Kettingrek
Kick #
Wanneer een disc een object (vaak een boom of tak) raakt en door de impact onvoorspelbaar van richting verandert. Een "goede kick" brengt je dichter bij de basket, een "slechte kick" kan je diep in de problemen brengen.
Kiss #
Een zachte, lichte aanraking van een boom of obstakel die de vlucht van de disc nauwelijks beïnvloedt. Een kiss is de vriendelijke broer van de kick.
Knee Putt #
Een legale werphouding waarbij de speler besluit om met één knie op de grond direct achter de marker te steunen, terwijl de andere voet fungeert als balanspunt. Deze verlaagde 'stance' wordt vrijwel uitsluitend gebruikt wanneer de speler zich onder zeer laaghangende takken bevindt en een normale staande positie onmogelijk is.

L

Landing Zone #
Het ideale gebied op de fairway waar je je disc wilt laten landen voor de best mogelijke invalshoek naar de basket.
Lay-up #
Een bewuste keuze om niet op de basket te mikken, maar de disc veilig in de buurt te leggen om extra worpen of missers te voorkomen.
Lead card #
Tijdens een toernooi de groep met de best geklasseerde spelers van het evenement. Zij spelen als laatste in de laatste ronde.
Lefty-hole #
Een hole waarvan de ideale vliegroute (fairway) nadrukkelijk naar rechts buigt. Deze lijn is in het voordeel van linkshandige spelers die een standaard backhand gooien. Rechtshandige spelers moeten een forehand- of een anhyzer worp gooien, wat meer techniek van de speler vereist.
LHBH #
Left Hand Backhand. Een backhand worp gegooid met de linkerhand. Het vliegpad is globaal het spiegelbeeld van een RHBH worp.
LHBH
LHFH #
Left Hand Forehand. Een forehand worp gegooid met de linkerhand. Heeft globaal hetzelfde vliegpad als een RHBH worp.
LHFH
Lid #
Een aanduiding voor discs met een dunne rand en een groot, vlak oppervlak, die qua vliegeigenschappen meer lijken op traditionele frisbees of freestyle-schijven dan op moderne golfdiscs. Ze staan bekend om hun vermogen om lang in de lucht te blijven 'drijven' met een stabiele vluchtbaan.
Lie #
De exacte plek op de baan waar de disc tot stilstand is gekomen en vanwaar de volgende worp gedaan moet worden.
Lijn #
De beoogde vliegroute van de disc van de werpplaats naar het doel. Een speler kiest bewust een lijn op basis van de obstakels, wind en zijn eigen werpvoorkeur.
Line of Play #
De denkbeeldige, rechte lijn op het speeloppervlak die loopt vanaf de paal van de basket, exact door het midden van de markering (de mini-marker of gelande disc) van de speler, en verder door naar achteren. Deze onzichtbare lijn is essentieel in de regels: de voet van de speler moet tijdens de worp precies op deze as achter de marker worden geplaatst voor een legale stand (stance).
Live scoring #
Het real-time bijhouden en publiceren van scores tijdens een toernooi, zodat spelers, toeschouwers en volgers thuis het klassement live kunnen volgen.
Local Route #
Een alternatieve lijn naar de basket die alleen locals kennen — vaak buiten de bedoelde fairway. Niet altijd officieel, maar soms verrassend effectief.
Look #
Het moment dat je na je worp zicht hebt op de basket en een directe putt kunt overwegen. "Hij heeft een look" betekent dat een speler een kans heeft om in te putten.
Lost & Found #
Zie Drop-box.
Lost disc #
Een disc die na de worp niet meer teruggevonden kan worden. Volgens de regels krijg je een strafworp en gooi je verder vanaf de plek waar de disc voor het laatst inbounds was te zien.
Low-Speed Stability #
De neiging van een disc om aan het einde van de vlucht, wanneer de voorwaartse snelheid en rotatie afnemen, uit zijn rechte baan af te buigen. Dit staat tegenwoordig bekend als het vierde en laatste vluchtnummer: de Fade. Een schijf met een hoge LSS zal aan het eind van de vlucht altijd sterk en voorspelbaar naar links afbuigen (bij een rechtshandige backhand).
Lucky tree #
Zie Tree-love.
Lumberjack #
Een term voor een speler die tijdens een ronde (of zelfs tijdens één enkele hole) zo bizar veel bomen raakt met zijn worpen, dat het lijkt alsof hij bewust is ingehuurd om het bos te kappen.

M

MA1 #
Advanced Mixed. Een amateurdivisie in de National Tour voor mixed spelers van alle leeftijden met een rating van 850 of hoger. In deze divisie strijd je niet voor geld en vindt er geen payout plaats.
MA2 #
Een amateurdivisie in de Weekend League voor mixed spelers van alle leeftijden. Voor deelname geldt een maximale PDGA-rating van 900. Er vindt in deze divisie geen financiële payout plaats.
MA40 #
Een amateurdivisie voor mixed spelers die in het kalenderjaar 40 jaar of ouder worden. In de National Tour geldt hiervoor een minimumrating van 850, terwijl in de Weekend League een maximumrating van 900 geldt. Er vindt in deze divisie geen financiële payout plaats.
Major #
Toernooi-classificatie. De Majors zijn de meest prestigieuze evenementen van het jaar, zoals de World Championships, de US Disc Golf Championship (USDGC) of de European Open. Een overwinning hier garandeert een plek in de geschiedenisboeken, de hoogste punten voor de wereldranglijst en het allergrootste prijzengeld.
Mand #
De metalen korf onder de kettingen waarin de disc tot rust moet komen voor een geldige score. De disc mag overigens ook in de kettingen hangen voor een geldige score. Soms wordt de term Mand ook gebruikt als Basket, om de complete constructie van pin, korf, kettingen en kettingrek aan te geven.
Mand
Mandatory #
Zie Mando.
Mando #
Mandatory. Een verplicht speelpad. Vaak een boom of paal met een pijl erop. Je MOET de disc aan de aangegeven kant langs de mando gooien. Mis je de mando, dan krijg je een strafworp en moet je naar een drop zone.
Marker #
Een kleine disc die wordt gebruikt om de exacte ligging (lie) van je worp op de grond te markeren. Je legt de mini-disc direct vóór je gelande disc. De marker moet cirkelvormig zijn met een diameter tussen 7 cm en 15 cm (niet hoger van 3 cm).
Match play #
Wedstrijdvorm waarbij twee spelers of teams, hole per hole tegen elkaar in plaats van de totale worpen te tellen. Wie op een bepaalde hole de minste worpen heeft, wint die hole. De speler met de meeste gewonnen holes aan het einde van de ronde wint de wedstrijd.
Meathook #
Een extreem overstabiele disc met een vlucht die lijkt op een vleeshaak: aan het einde van zijn vlucht heeft de disc een zeer sterke turn (en buigt bij een RHBH worp dus heel erg scherp naar links).
Meewind #
Wind die van achteren in de rug van de speler blaast. Op aerodynamisch vlak zorgt meewind ervoor dat de disc zich gedraagt alsof deze véél langzamer wordt gegooid. Hierdoor zal de disc extra overstabiel reageren, aanzienlijk sneller faden (afbuigen) en over het algemeen minder ver vliegen en sneller dalen.
Metal Hit #
Een situatie waarbij een worp (vaak een approach of putt) de buitenkant van de basket, het bovenrek of de middenpaal raakt met een duidelijke metalen klank, maar weigert in de opvangbak of de kettingen te vallen. Zie ook: doink
Midrange #
Een veelzijdige, ronde disc voor controle op middellange afstanden.
Midrange
MijnNFB.nl #
Digitaal platform waar NFB-leden terecht kunnen voor hun lidmaatschapsgegevens; wordt ook gebruikt om in te schrijven voor competities en wedstrijden.
Misprint #
Een disc die tijdens het productie- of stempelproces een lichte, puur cosmetische beschadiging heeft opgelopen (zoals een vlekje in het plastic of een dubbelgedrukte stempel). Deze discs vliegen exact hetzelfde als de reguliere versies, maar worden door fabrikanten tegen een gereduceerd tarief verkocht. Synoniem voor Factory Second of F2.
MJ18 #
Een jeugddivisie in de Weekend League voor mixed spelers. Spelers mogen in het kalenderjaar niet ouder dan 18 jaar zijn of worden. Er is in deze divisie geen ratinglimiet en er vindt geen financiële payout plaats.
Modified Fan Grip #
De perfecte hybride grip voor midranges en fairway drivers. Wijsvinger en pink liggen in de rand gekruld voor de kracht, terwijl de middel- en ringvinger licht gespreid onder de bodem rusten voor stabiliteit.
Mold #
De specifieke mal waaruit een fabrikant een disc produceert. Iedere mold heeft een eigen naam (zoals Destroyer, Nuke of Wraith) en vaste vliegnummers.
MP40 #
Een professionele divisie in de National Tour voor mixed spelers die in het kalenderjaar 40 jaar of ouder worden. Voor deze divisie geldt een minimumrating van 850 en er vindt financiële payout plaats.
MPO #
Mixed Pro Open. De open professionele klasse. Hier strijden de beste spelers tegen elkaar. Iedereen mag hier in principe aan meedoen, ongeacht geslacht.
Mulligan #
Een informele herkansing na een mislukte worp — de disc wordt opnieuw gegooid alsof de vorige nooit is gebeurd. Volledig tegen de regels, maar populair in vriendschappelijke rondes.

N

Natural OB #
Gebied buiten de fairway dat zo dicht begroeid is dat spelen er feitelijk onmogelijk is — dikke struiken, braamboschages of diep moeras.
Neg-skip #
Een skip waarbij de disc in een andere richting wegkaatst dan verwacht — soms zelfs tegengesteld aan de normale richting. Vrijwel altijd ongewenst en moeilijk te voorspellen.
Net stability #
Een snelle manier om de algehele vlucht van de disc in te schatten door de Turn (HSS) en Fade (LSS) bij elkaar op te tellen.
NFB #
Nederlandse Frisbee Bond. De overkoepelende sportbond in Nederland die de belangen van alle frisbeesporten, waaronder discgolf en ultimate frisbee, behartigt.
Nice'en #
Het geven van een compliment over een worp ("Nice shot!") die nog door de lucht vliegt, maar die onverwacht een boom raakt of OB gaat. "Sorry, ik heb je ge-nice'd."
NK #
Nederlands Kampioenschap Individueel. Een meerdaagse wedstrijd op een aangepaste of tijdelijke course, bedoeld om de beste spelers van Nederland uit te dagen.
NK Teams #
Nederlands Kampioenschap Club Teams. Een meerdaagse wedstrijd op een aangepaste of tijdelijke course, bedoeld om in een gemengd club team (qua leeftijd, geslacht en PDGA rating) via het format Match play (single en doubles) te spelen.
Noodle Arm #
Een zelfspottende term voor een speler die de explosieve snelheid mist om high-speed drivers correct te gooien, waardoor de schijf vaak na veertig meter al treurig de bosjes in duikt. De term wordt ook gebruikt voor het volkomen futloze gevoel in je werparm nadat je veel te veel holes op één dag hebt gespeeld.
Nose angle #
De hoek van de voorkant (de "neus") van de disc ten opzichte van de luchtstroom tijdens de vlucht. Dit is een cruciale factor voor de zweeftijd en afstand van je worp.
Nose down #
De ideale situatie waarbij de neus van de disc iets naar beneden gericht is. Hierdoor snijdt de disc efficiënt door de lucht voor een stabielere vlucht en maximale afstand.
Nose up #
Een veelvoorkomende fout waarbij de neus van de disc bij het loslaten te veel omhoog wijst. De disc verliest snelheid, stijgt abrupt omhoog en buigt voortijdig af.
NT #
National Tour. De NT is bedoeld voor spelers met een hogere rating, waarbij er voor de eerste inschrijvingsronde specifieke ratinggrenzen gelden. In divisies met de letter "P" in de naam vindt een financiële payout plaats, terwijl in divisies met een "A" geen payout plaatsvindt.

O

OB-lijn #
De grens tussen inbounds en out-of-bounds — vaak gemarkeerd met lint, verf of een natuurlijke grens zoals een pad of waterrand. Als de disc volledig voorbij deze lijn tot stilstand komt, is het OB.
Object golf #
De meest pure, oorspronkelijke vorm van discgolf uit de tijd voordat de metalen basket werd uitgevonden. Spelers werpen hierbij naar vooraf afgesproken natuurlijke of stedelijke objecten (zoals een specifieke boomstam, een lantaarnpaal of een hek) die als 'hole' fungeren.
Oefenworp #
Tijdens een geregistreerde ronde is het ten strengste verboden om oefenworpen uit te voeren (het gooien van een tweede schijf of het nogmaals gooien van een eerdere, onfortuinlijke worp na je beurt). Het uitvoeren van een 'practice throw' op de baan tijdens toernooien wordt onmiddellijk bestraft met één strafworp.
Off-axis Torque #
Een technische fout in de worp waarbij de speler draaiingskracht uitoefent buiten de ideale as van de disc, wat resulteert in een instabiele, wiebelende vlucht.
Onderstabiel #
Een disc met een sterke neiging om naar rechts te draaien (Turn) tijdens het snelste gedeelte van de vlucht (bij een RHBH worp).
One-Disc Challenge #
Een trainingsvorm of fun-toernooi waarbij je de hele ronde (inclusief putten en afworp) met slechts één en dezelfde disc mag spelen. Vaak wordt hiervoor een neutrale midrange of putter gekozen.
Optional relief #
Een officiële regel die je toestaat om je marker (lie) onbeperkt naar achteren te verplaatsen op de denkbeeldige speellijn, weg van de basket. De prijs voor deze strategische terugtocht is precies één strafworp. Het is de ultieme noodrem voor wanneer je schijf zich diep in een ondoordringbaar fort van doornstruiken heeft geboord, en je besluit dat het incasseren van een strafpunt simpelweg minder pijnlijk is dan het riskeren van lokaal bloedverlies.
Out-of-Bounds #
Buiten de speelgrenzen van de baan (zoals wegen, water, of afgebakende zones). Als je disc in het OB-gebied landt, levert dat één strafworp op en gooi je verder vanaf de plek waar de disc voor het laatst inbounds was.
Outer chains #
De buitenste rij kettingen van de basket. Ze dienen als de eerste vanger (catcher) voor de disc. Goede outer chains pakken de disc soepel beet; te lichte outer chains laten snelle putts soms door de mazen heen glippen (blow-throughs).
Overhead Shot #
Elke worp die verticaal of met een bovenhandse honkbal-werpbeweging wordt gegooid.
Overmold #
Een geavanceerde productietechniek (voornamelijk gepopulariseerd door merken als MVP en Axiom) waarbij een disc uit twee afzonderlijke componenten bestaat: een kern (flight plate) van lichter plastic en een buitenrand (rim) van zwaarder, dichter materiaal. Dit verhoogt het gyroscopische effect, wat resulteert in een langere en strakkere vlucht.
Overstabiel #
De sterke neiging van een disc om hard af te buigen naar links bij een RHBH, en weerstand te bieden bij tegenwind.
Overstable #

P

Pancake #
Een overhandse worp die zo wordt gegooid dat de disc vlak door de lucht vliegt (als een pannenkoek) en ook plat op de grond landt. Wordt vaak gebruikt om uit de rough te ontsnappen.
Par #
Het verwachte aantal worpen dat een (gemiddelde, foutloze) speler nodig zou moeten hebben om de disc vanaf de tee in de basket te krijgen.
Par Frame #
Een hole waarbij iedereen op de kaart precies par scoort. Niet zo feestelijk als een star frame, maar netjes en onbesproken.
Parked #
Een term die wordt gebruikt wanneer een disc zo dicht bij de basket landt (vaak recht onder de paal) dat de overgebleven putt nog slechts een simpele tap-in is.
Parting Line #
Parting Line Height #
De subtiele, horizontale naad aan de buitenrand van een disc, ontstaan op de plek waar de bovenste en onderste helft van de productiemal in de fabriek tegen elkaar drukken. Het vergelijken van de hoogte van de PLH is de beste manier om de stabiliteit van twee exact dezelfde discs te testen: hoe hoger de PLH, hoe overstabieler de schijf zal vliegen.
Patent Pending #
Een approach-worp waarbij de speler met zijn rug naar de basket staat en achterwaarts gooit. Zelden de eerste keuze, maar soms de enige uitweg uit een lastige lie.
Pay-to-play #
Een discgolfbaan (vaak op privéterrein of een afgesloten sportpark) waarvoor een financiële bijdrage (course fee) verplicht is voordat je mag spelen. Steeds vaker de standaard voor hoogwaardig onderhouden toernooibanen.
Payout #
Het moment aan het einde van een toernooi (of in de dagen erna) waarbij de prestaties worden omgezet in beloningen. Voor pro's is dit de storting van prijzengeld; voor amateurs vaak de uitreiking van store credit (waardebonnen).
PDGA #
Professional Disc Golf Association. De wereldwijde overkoepelende organisatie voor discgolf. Zij bepalen de officiële regels, keuren de specificaties van discs goed en coördineren de toernooistructuur.
PDGA-approved #
Het officiële keurmerk van de PDGA. Een disc mag alleen in toernooien worden gebruikt als deze door de PDGA is goedgekeurd op basis van strikte technische specificaties.
PDGA-nummer #
Het unieke, sequentiële identificatienummer dat een speler ontvangt bij het afsluiten van een lidmaatschap bij de Professional Disc Golf Association. Zo'n lidmaatschap is noodzakelijk bij PDGA-sanctioned toernooien. Omdat de nummers chronologisch worden uitgegeven, geeft het nummer ook aan hoe lang (of kort) je al meedraait in de sport (wat je de status van een ware veteraan kan opleveren).
PDGA-rating #
Een dynamisch getal (doorgaans tussen de 800 en 1050) waarmee de PDGA je actuele vaardigheidsniveau berekent op basis van officiële toernooiscores. Een rating van 1000 markeert het niveau van een top-professional. Voor de doorsnee speler bepaalt dit getal in welke divisie men mag uitkomen, en is het de voornaamste reden dat de PDGA-website op vaste 'update-dagen' structureel bezwijkt onder het massaal en dwangmatig verversen van de pagina.
PDGA-sanctioned #
Een toernooi dat officieel is goedgekeurd door en geregistreerd bij de PDGA. Je moet lid zijn van PDGA om mee te kunnen doen. Alleen bij deze evenementen tellen je scores mee voor het berekenen of aanpassen van je officiële PDGA-rating.
Penalty Stroke #
Een extra worp die aan de score van een speler wordt toegevoegd wegens een regelovertreding, zoals in de out-of-bounds landen, het missen van een mando, of een voetfout.
Pencil whipping #
Het (opzettelijk of gemakshalve) noteren van een betere score dan werkelijk gegooid. Bij officiële toernooien kan dit leiden tot diskwalificatie.
Peninsula #
Een specifieke hindernis of groenvoorziening waarbij de green rondom de basket aan drie kanten wordt omringd door water of Out-of-Bounds (OB) gebied, met slechts één smalle strook land die aansluit op de fairway. Vereist extreme accuratesse, maar is minder straffend dan een volledig eiland. Zie ook: Island.
Phantom Branch #
Een tak of twijg die voor het blote oog volledig onzichtbaar is — tot op het moment dat jouw disc er vol tegenaan vliegt. Fysisch een raadsel, statistisch onontkoombaar.
Pin #
De paal van de basket, waaraan de kettingen hangen en de cage bevestigd is.
Pin
Pin High #
Een worp die op gelijke afstand van de tee als de basket landt, maar ernaast. Technisch gezien de juiste diepte — alleen iets te ver links of rechts.
Pin Placement #
De specifieke, fysieke locatie op de green waar de basket in de grond is gemonteerd. Veel banen hebben meerdere vaste ankerpunten (sleeves) per hole, zodat de beheerder de 'pin placement' periodiek kan veranderen (bijvoorbeeld van positie A naar B) om de moeilijkheidsgraad of de route van een baan te variëren.
Pinch grip #
Een specifieke plaatsing van de hand, voornamelijk gebruikt bij putten, waarbij de zijkant van de disc stevig wordt 'geknepen' tussen de duim (bovenop) en de wijsvinger (aan de onderkant of op de rand). Het biedt minimale kracht, maar maximale, trillingsvrije controle voor korte afstanden.
Pitch out #
De uiterst verstandige, maar mentaal zware keuze om na een vreselijke afworp de disc slechts een paar meter zijwaarts terug naar de veilige fairway te gooien (te pitchen), in plaats van een agressieve 'hero shot' door onmogelijk dichte struiken of bomen te proberen.
Plastic type #
Het materiaal waarvan een disc is gemaakt. Basisplastic biedt meer grip maar slijt sneller. Premium plastic is duurzamer en behoudt langer zijn oorspronkelijke vlucht.
Play Through #
De beleefde uitnodiging aan een langzamere groep om een snellere groep vóór te laten. Een teken van sportiviteit.
Play-off #
Een sudden death-ronde om bij een gelijke eindstand alsnog een winnaar aan te wijzen. Eén hole per keer, totdat één speler de ander verslaat.
Player Meeting #
Een bijeenkomst vlak voor aanvang van het toernooi waarin de Tournament Director de laatste instructies en wijzigingen in de regels doorneemt met alle deelnemers.
Player Pack #
Een welkomstpakket met goodies (vaak een unieke disc met toernooistempel, een mini, shirt of andere accessoires) dat spelers (in de amateurdivisies) ontvangen bij hun inschrijving voor een officieel toernooi.
Plinko #
Een worp hoog de bomen in, met de hoop dat de disc via de takken omlaag stuitert en ergens dicht bij de basket landt. Vernoemd naar het bekende tv-spelletje.
Point and shoot #
Een term om zeer neutrale, langzamere discs (vaak putters of midranges) te beschrijven die uiterst gevoelig zijn voor de werphoek, maar extreem weinig 'turn' of 'fade' hebben. Ze vliegen letterlijk in exact de rechte lijn of hoek waarin de speler ze wegwerpt, zonder de fouten van de werper aerodynamisch te maskeren.
Pool #
Bij heel grote toernooien met veel deelnemers wordt de groep verdeeld in verschillende pools. De ene pool speelt op de ene baan terwijl de andere pool op een andere baan start.
Pop-top #
Een disc die zo extreem 'domey' (bol) is, dat het plastic van de bovenkant met een hoorbaar 'plop'- of 'knak'-geluid is in te drukken (vergelijkbaar met het deksel van een geopende jampot). Vanwege de grotere holte onder de disc staan pop-tops over het algemeen bekend om hun verhoogde, langdurige zweefvermogen in de lucht.
Power Grip #
Een grip waarbij alle vier de vingers stevig onder de disc in de binnenrand gekruld zitten en de duim plat bovenop ligt. Deze grip genereert de maximale hoeveelheid kracht en afstand.
Power Pocket #
Het cruciale moment in de biomechanica van een worp waarbij de disc compact en dicht langs de borst wordt getrokken, waarbij de arm buigt tot ongeveer 90 graden. Dit fungeert als het scharnierpunt van de zweepbeweging.
Practice Basket #
Een extra basket die niet bij een hole hoort, maar speciaal is geplaatst nabij hole 1 of het clubhuis. Hier kunnen spelers zich voor hun ronde verzamelen om warm te gooien en hun putts te kalibreren.
Practice throw #
Zie Oefenworp.
Premium plastic #
Een categorie kunststof (zoals Champion, Z-line of Opto) die zeer duurzaam is en langzamer slijt dan basisplastic. Discs van dit materiaal behouden maanden- of jarenlang hun originele vluchtkenmerken en overleven de zwaarste impacten met bomen, al bieden ze vaak iets minder grip bij nat weer.
Pro Par #
De score die een professionele speler op een hole als haalbaar beschouwt — vaak één slag lager dan de officiële par.
Pro Shop #
Een winkel, fysiek op of vlakbij de baan, waar je nieuwe discs, tassen, mini's, handdoekjes en snacks kunt kopen. De droom van iedere discgolfer (en de nachtmerrie voor de portemonnee).
Pro-side #
Prototype #
Een zeldzame testversie van een nieuwe disc die door fabrikanten in kleine oplages wordt uitgebracht vóórdat de massa-productie start. Dit wordt gedaan om feedback te verzamelen of een toernooi-release te hypen. De specificaties en het plastic kunnen bij de uiteindelijke uitgave nog wezenlijk afwijken van het prototype.
Provisional #
Een extra, voorlopige worp die je gooit direct nadat je vermoedt dat je vorige worp OB is gegaan of verloren is — zodat je niet ver hoeft terug te lopen om het te controleren.
Puddle Top #
Het tegenovergestelde van domey. Een disc waarvan de bovenkant (door het productieproces, of door afkoeling en slijtage) licht naar binnen is gedeukt, als een kuiltje.
Pull #
De trekkende beweging van de arm in de laatste fase van de worp, waarbij de disc langs het lichaam wordt getrokken en losgelaten.
Push Putt #
Een puttstijl waarbij de putter met een duwende beweging en lage rotatiesnelheid naar de basket wordt gegooid. Geeft veel controle op korte afstand, maar is gevoeliger voor wind.
Putt #
De (meestal korte) worp naar de basket met als doel de disc in de kettingen te gooien en de hole af te ronden (uitholen). Een worp wordt over het algemeen als een putt beschouwd wanneer deze binnen de cirkel van 10 meter rondom de basket wordt uitgevoerd. Spelers gebruiken hier vrijwel altijd een specifieke disc voor: de putter.
Putt & approach #
De gecombineerde verzamelnaam voor langzame, bolle schijven (met speed 1 tot 3) die ontworpen zijn voor het putten (het mikken in de kettingen) én het 'approachen' (korte, gecontroleerde worpen om de disc exact onder de basket te positioneren). Vrijwel elke putter is ook een approach-disc.
Putter #
1) De langzaamste en meest rechte discs, specifiek ontworpen voor het putten en korte approaches. 2) Persoon die met een putter een putt probeert te putten.
Putter
Putter pouch #
Het specifieke, snel toegankelijke en vaak wat hoger geplaatste rits- of steekvak op een discgolf-tas of cart, ontworpen om exact twee tot drie veelgebruikte putters in op te bergen. Zorgt ervoor dat spelers op de green niet diep in het hoofdvak hoeven te graven.
Putter-only Round #
Een ronde waarbij je hele tas thuisblijft, behalve je putters. Een uitstekende (en confronterende) manier om aan je werptechniek en vorm te werken, omdat putters genadeloos elke technische fout laten zien.

R

Rangefinder #
Een lasergestuurde afstandsmeter waarmee je de exacte afstand tot de basket of andere punten op de baan kunt meten.
Rating #
Reachback #
De opwindbeweging die start bij de schouders en heupen, waarbij de arm diagonaal naar achteren strekt net voor de explosieve beweging naar voren.
Registration #
Het officiële aanmeldmoment bij een toernooi. Hier haal je vaak je Player Pack op en bevestig je dat je aanwezig bent.
Relief #
De regelterm voor het verplaatsen van je ligging (lie) naar een beter speelbare positie. Of dit een strafworp kost, hangt af van de situatie. Je krijgt geen strafworp (Casual relief) bij gevaar, tijdelijk water of onnatuurlijke obstakels. Ligt je disc echter in een onhandige, maar natuurlijke situatie (zoals diep in een doornstruik) en kun je er fysiek niet bij? Dan kun je ervoor kiezen om naar achteren te verplaatsen (Optional Relief), maar dat kost je één strafworp.
RHBH #
Right Hand Backhand. De standaard backhandworp, gegooid met de rechterhand. Veel vluchtbeschrijvingen zijn hierop gebaseerd.
RHBH
RHFH #
Right Hand Forehand. Een forehand gegooid met de rechterhand. Het vliegpad is globaal het spiegelbeeld van een RHBH worp.
RHFH
Rim #
Het buitenste gedeelte van de disc dat men vasthoudt tijdens de worp. De breedte van de rim is de belangrijkst bepalende factor voor de snelheid van de disc; over het algemeen geldt dat hoe breder de rim, hoe hoger het snelheidsgetal (speed rating) van de disc.
Ring of Fire #
Een putt-competitie die vaak als nevenactiviteit tijdens toernooien wordt georganiseerd. Deelnemers vormen een cirkel rondom de basket en putten tegelijkertijd. Wie raakt, mag door naar de volgende ronde; dit proces herhaalt zich totdat er één winnaar overblijft. Er komt bij dit spel meestal geen vuur aan te pas.
Ript Revenge #
Een populair discgolf-kaartspel dat je tijdens een ronde met vrienden speelt. Door goede worpen te doen verdien je kaarten, die je vervolgens kunt inzetten om je tegenstanders te saboteren (bijvoorbeeld: "Je tegenstander moet zijn volgende worp met zijn verkeerde hand gooien").
Risk-reward #
De afweging tussen het risico van een agressieve lijn en de potentiële beloning ervan. De kunst van discgolf zit voor een groot deel in het maken van de juiste risk-reward keuze.
Roller #
Een worp waarbij de speler de disc bewust op de zijkant gooit zodat deze over de grond rolt in plaats van vliegt. Een tactiek om onder lage takken door te komen of extra afstand te halen. Er bestaan verschillende manieren om een dis te laten rollen, elk met hun specifieke toepassing.
Ronde #
Het spelen van alle holes van een baan, van hole 1 tot en met de laatste hole. Een standaardronde telt 18 holes.
Rough #
De gebieden direct naast en buiten de fairway die niet actief worden onderhouden of gemaaid. Deze zones kenmerken zich vaak door dikke brandnetels, hoge dichte struiken, braambossen en onbegaanbare stukken natuur. Het is de strafzone voor een afgezwaaide worp, zelfs als het geen officiële 'Out-of-Bounds' is.
Rounding #
Een technische fout waarbij de arm tijdens de worp een boog maakt in plaats van recht door te trekken, waardoor de disc een ongewenste lijn volgt.
Run it #
De uitgesproken of mentale beslissing om agressief en direct op de basket te mikken vanaf een aanzienlijke afstand of vanuit een risicovolle positie, in plaats van te kiezen voor een veilige approach (lay-up). Gaat gepaard met heroïsche successen óf dramatische comeback putts.

S

S-Shot #
Een worp waarbij een onderstabiele disc naar de linkerkant van de fairway wordt gegooid. De "turn" laat de disc naar rechts overhellen en als de disc langzamer wordt fadet deze weer naar links (bij RHBH).
Safari Golf #
Een ronde waarbij de standaard paden van de baan worden losgelaten. Spelers bedenken zelf nieuwe holes door bijvoorbeeld af te slaan vanaf de tee van hole 1, maar te gooien naar de basket van hole 3. Vaak gebruikt door locals om een bekende baan weer uitdagend te maken.
Safari Lay-out #
Sanctioned #
Sandbagger #
Een speler die zich tijdens een toernooi bewust (of uit een gebrek aan zelfkennis) inschrijft in een veel lagere amateurdivisie dan zijn daadwerkelijke vaardigheidsniveau of rating toelaat, met als doel om er makkelijk met de winst en prijzen vandoor te gaan. Binnen de community wordt dit niet bepaald gewaardeerd.
Schiereiland #
Zie Peninsula.
Scissor Step #
Een beschrijvende term voor de kruispas die een belangrijk onderdeel vormt van de X-step aanloop bij een backhand-worp. Hierbij stapt de speler met de ene voet achter de andere langs, waarbij de voeten haaks op de werplijn blijven staan. Deze scharende beweging is cruciaal om het bovenlichaam en de heupen in te draaien (coil) en kinetische energie op te bouwen, waarna de voorste voet de beweging blokkeert en de energie overbrengt in de worp.
Scomahawk #
Een zeldzame worp die een kruising vormt tussen een scoober en een tomahawk. De speler houdt de disc ondersteboven vast en lanceert deze bovenhands over de schouder. Het is een typische reddingsworp (utility shot) om over hoge obstakels te ontsnappen wanneer een standaardworp geblokkeerd is.
Scoober #
Een korte, ondersteboven worp die je vanuit de borstkas naar voren duwt (vaak forehand-achtig). Perfect om vanuit dichte bosjes vlak over de grond te ontsnappen.
Scooby Shot #
Een worp waarbij je met een backhand-grip de onderkant van de disc verticaal naast je rechteroor houdt en gooit (voor een RHBH-werper).
Scorekeeper #
De speler in de groep die verantwoordelijk is voor het bijhouden van de scores (vaak digitaal via UDisc). Bij officiële toernooien moet de score door meerdere spelers worden bevestigd.
Scramble #
Het redden van een par (of betere score) nadat je met je tee-worp in de problemen bent gekomen. Het vermogen om vanuit een moeilijke positie alsnog de basket te vinden.
Scramble percentage #
Een statistiek die aantoont hoe goed een speler is in het redden van par nadat een worp (vaak de afslag) Out-of-Bounds (OB) of ver in the rough is geland. Het meet de succesvolle uitvoering van 'escape shots' en de mentale veerkracht van de speler in probleemsituaties.
Sending it #
De bewuste keuze om voor de riskante, agressieve lijn te gaan in plaats van de veilige lay-up. Soms briljant, soms direct gevolgd door een triple bogey.
Shank #
Een rampzalig mislukte worp die ver buiten de beoogde lijn uitkomt. Iedereen gooit ze wel eens. Niemand geeft het graag toe. Het ligt niet aan de disc.
Shotgun start #
Een startvorm waarbij alle groepen tegelijk beginnen, maar elk op een andere hole. Zo is de baan direct vol en is iedereen (in theorie) tegelijk klaar.
Signature Disc #
Een disc die officieel is uitgebracht als handtekeningschijf van een profspeler. Vaak voorzien van een speciaal stamp met de naam en handtekening van de speler.
Signature hole #
De meest in het oog springende, unieke of memorabele hole van een gehele discgolfbaan. Dit is vaak de hole met het mooiste uitzicht, de meest uitdagende waterpartij of het meest dramatische hoogteverschil. Het is het visitekaartje dat vaak wordt gebruikt om de baan te promoten.
Simon Line #
Een worp die eigenlijk niet bestaat — of althans: die niemand anders dan Simon Lizotte zou bedenken. Vernoemd naar de Duits-Canadese distance-legende die bekendstaat om zijn onwaarschijnlijke creatieve worpen.
Skins #
Een wedstrijdvorm (vaak gespeeld met vier spelers) waarbij elke hole een bepaalde waarde heeft (een 'skin', vaak in de vorm van geld of punten). De speler die de hole met de laagste score wint, wint de skin. Is er een gelijkspel op de hole? Dan schuift de skin door naar de volgende hole, waardoor de pot steeds groter wordt.
Skins Match #
Zie Skins.
Skip #
Het effect waarbij een disc bij het raken van een harde ondergrond onder een hoek wegkaatst. Wordt soms bewust ingezet om om een hoek te komen of extra afstand te winnen.
Skip-ace #
Een hole-in-one (ace) waarbij de disc niet rechtstreeks in de basket vliegt, maar eerst via de grond opstuitert (skipt) voordat hij in de kettingen of de mand belandt. Een spectaculaire worp waarbij de speler de ground play perfect heeft ingeschat (of simpelweg belachelijk veel geluk had).
Sky Roller #
Een backhand roller die hoog de lucht in wordt gegooid voordat hij op zijn kant landt en begint te rollen. Levert indrukwekkende afstanden op vlakke fairways.
Snap #
Het moment waarop alle opgebouwde energie uit de werpbeweging wordt overgedragen op de disc — de "klik" van polsrotatie en loslaten die resulteert in maximale spin en snelheid.
Snowman #
Een gevreesde score van exact 8 worpen op één enkele hole (vernoemd naar het visuele silhouet van het cijfer 8). Een dramatische uitkomst die op de scorekaart belandt als resultaat van een opeenstapeling van vreselijke pech, tegendraadse wind, herhaaldelijke OB's, opstandige bomen en een flinke dosis koppigheid van de speler.
Speed #
Het eerste vliegnummer op een disc. Geeft aan hoe snel een disc uit de hand moet komen om zich te gedragen zoals de overige vliegnummers aangeven.
Speed 14 #
Binnen de technische standaarden van de PDGA is de maximale breedte voor de buitenrand (rim width) van een legale disc vastgesteld op 2,6 cm. Fabrikanten koppelen hier doorgaans het vluchtnummer 'Speed 14' aan (of schieten voor de marketing uit naar 14.5 of 15). Deze schijven vormen de absolute aerodynamische grens van de sport en vereisen een gigantische arm-speed om goed te vliegen. Voor de gemiddelde sterveling fungeren ze dan ook voornamelijk als een peperdure boemerang die na veertig tot zestig meter al onverbiddelijk linksaf de struiken in duikt.
Speed of Play #
De snelheid waarmee een groep de baan speelt. Te langzaam spelen is een veelvoorkomende bron van irritatie en kan bij toernooien leiden tot een courtesy violation.
Spike Hyzer #
Een hoge worp gegooid met een extreme hyzer-hoek, bedoeld om verticaal te landen (en zo op de plek te blijven liggen zonder door te glijden).
Spin Putt #
Een puttstijl waarbij de putter met veel rotatiesnelheid naar de basket wordt gegooid. Stabieler in de wind dan een push putt, maar gevoeliger voor blow-throughs.
Spit-out #
Een putt die de kettingen of de paal in de basket raakt, maar er tot frustratie van de speler weer uit stuitert in plaats van in de mand te vallen.
Splash-out #
Een gemiste putt waarbij de disc vol in de kettingen terechtkomt, maar zijwaarts uit de basket wordt geduwd in plaats van erin te vallen. Ziet er goed uit, voelt verschrikkelijk.
Split Grip #
Een forehand grip waarbij de wijsvinger in een V-vorm richting het midden van de disc wijst, en de middelvinger tegen de binnenrand rust. Helpt tegen wobble bij kortere finesse-worpen.
Spotter #
Iemand die op een strategisch punt op de baan staat om te kijken of het veilig is om te gooien, of in de gaten te houden waar de discs van spelers landen.
Spush Putt #
Een moderne, hybride puttstijl die de technieken van een spin putt en een push putt naadloos combineert. De speler gebruikt de pols voor voldoende rotatie (spin) voor de nodig glide, maar gebruikt ook een voorwaartse duwende armbeweging (push) voor extra controle over de hoogte. Dit is tegenwoordig de meest voorkomende puttstijl onder professionele spelers.
Stabiel #
De neiging van een disc om tijdens het grootste gedeelte van zijn vlucht mooi rechtdoor te blijven vliegen, zonder veel afwijking.
Stabiliteit #
Zie Stabiel.
Stable #
Zie Stabiel.
Stacked Grip #
De meest aanbevolen grip voor forehand worpen met veel kracht. De middelvinger ligt tegen de binnenrand, en de wijsvinger wordt erbovenop "gestapeld" ter extra ondersteuning.
Stadsbos013 #
De best beoordeelde discgolfcourse van Nederland (op het moment van schrijven), ondanks het ontbreken van teepads. Gelegen in Tilburg, midden in het Van Gogh Nationaal Park. Tevens de thuisbasis van een grote kolonie Siberische grondeekhoorns, uniek voor Europa en door Tilburger erkend als inheemse diersoort.
Staggered stance #
Een type houding bij het putten waarbij de ene voet voor de andere staat, gericht op de basket. In tegenstelling tot een straddle putt waarbij de voeten naast elkaar staan.
Stall #
Het moment waarop een disc alle voorwaartse snelheid verliest en zijn aerodynamische lift kwijtraakt. Vaak het gevolg van een nose-up worp; de disc valt dan neer.
Stall Shot #
Een worp die bewust met de neus omhoog wordt gegooid, zodat de disc zijn snelheid verliest en als een helikopter naar beneden zakt. Handig om de disc snel te stoppen in een technische situatie.
Stamp #
De opdruk of ingedrukte afbeelding op de bovenkant (flight plate) van een disc. Fabrikanten hebben vaak unieke ontwerpen voor elk specifiek model disc dat ze uitbrengen. Een bijzondere of zeldzame stamp is voor veel spelers een extra reden om een disc te kopen of te verzamelen.
Stance #
De officiële, fysieke voetstand van een speler op exact het moment dat de disc de hand verlaat. De regels schrijven strak voor hoe deze 'stance' moet zijn ten opzichte van de marker (bijvoorbeeld: ten minste één steunpunt direct achter de lie en geen steunpunten die dichter bij de basket staan dan de lie).
Standstill #
Een worp die puur vanuit stilstand wordt uitgevoerd, zonder aanloop. Legt de focus op heuprotatie, gewichtsoverdracht en timing.
Standstill
Star Frame #
Een hole waarbij iedereen op de kaart een birdie (of beter) scoort. Het traditionele ritueel: samen aan de kettingen van de basket rammelen.
Step Putt #
Een putt waarbij de speler een stap voorwaarts zet tijdens de worp — buiten Circle 1, waar dit is toegestaan. Geeft extra momentum.
Straddle putt #
Een putting-stance waarbij de speler met de benen wijd staat en recht richting de basket wijst. Gebruikt om om een obstakel heen te reiken.
Stroke #
Één worp. Elke worp telt als één stroke, ongeacht hoe ver de disc vliegt.
Stroke Play #
De meest gangbare toernooivorm. Alle worpen van elke hole worden bij elkaar opgeteld. De speler met het laagste aantal worpen over de hele ronde wint.
Strong side #
Het gedeelte van de kettingen van de basket waar de rotatie van de disc, bij impact, de schijf naar binnen stuurt in plaats van eruit. Voor een rechtshandige speler die een backhand-worp uitvoert (RHBH), bevindt de 'strong side' zich aan de rechterzijde van de kettingen.
Stymied #
Een situatie waarbij een obstakel — vrijwel altijd een boom — zich precies tussen jouw lie en de basket bevindt, zodat je geen vrije, directe worp hebt.
Supporting point #
Volgens de officiële regels is een supporting point elk lichaamsdeel (zoals een voet, knie, hand, elleboog of neusvleugel) dat op het moment van de worp in contact staat met de ondergrond of met een object dat steun biedt. Om een worp correct uit te voeren, moet ten minste één supporting point in contact zijn met de 'lie' en mogen geen supporting points zich op een ongeldige positie bevinden (zoals vóór de 'lie' of buiten de baan).
Sweet Spot #
Het perfecte mikpunt in het midden van de kettingen van de basket waar de kans op een succesvolle putt (zonder blow-through of spit out) het grootst is.
Swirly plastic #
Een esthetisch proces in de kunststofproductie waarbij de fabriek verschillende kleuren pellet-materiaal mengt vóór het injecteren in de mal, wat resulteert in marmerachtige patronen of wervelende (swirly) kleuren die elke individuele disc uniek maken.

T

Taco #
Wat er gebeurt wanneer een disc (bijna uitsluitend discs van zachter, goedkoper basisplastic) met extreem hoge snelheid frontaal op een hard obstakel, zoals een boom, knalt. De impact zorgt ervoor dat de disc tijdelijk, of soms permanent, volledig dubbelvouwt in de vorm van een tacoschelp.
Tailwind #
Zie Meewind.
Tap-in #
Een zeer korte putt (meestal binnen een meter).
Tap-in
Tap-out #
Een situatie waarbij je disc zo ontzettend dicht bij of onder de basket is geland, dat de overgebleven putt als honderd procent gegarandeerd wordt beschouwd. In recreatieve rondes roepen medespelers dan vaak dat je hem mag oppakken, aangezien het uiterst geconcentreerd innemen van je werphouding voor een afstand van dertig centimeter toch een beetje sneu oogt. Let wel: in een officieel toernooi ben je altijd verplicht de disc daadwerkelijk in de kettingen of opvangbak te laten vallen.
TD #
Tournament Director. De lokale organisator en eindverantwoordelijke die een discgolf-toernooi leidt.
Tee #
De vaste werpplek waar een hole begint. Vanaf de tee moet de eerste worp gegooid worden. Dit is vaak een verhard of duidelijk afgebakend stuk grond, voorzien van kunstgras of beton. Of het is een plankje in de grond met een ingesleten kuil erachter, zoals in ons Stadsbos013.
Tee-time #
Het tijdstip waarop jouw groep begint met de eerste hole. In tegenstelling tot een shotgun start, begin je bij een tee-time altijd bij hole 1.
Teepad #
Het fysieke plateau of oppervlak waarvan de afworp (tee shot) moet plaatsvinden. Goede teepads zijn essentieel voor de veiligheid en worptechniek, en zijn idealiter gemaakt van ruw beton, vlakke tegels, of hoogwaardig kunstgras om uitglijden tijdens de X-step te voorkomen. In Stadsbos013 ontbreken deze om alle wilde dieren niet te storen in hun geweldige natuurervaring en de enorme diversiteit aan wilde planten de ruimte te bieden die ze nodig hebben.
Teeshot #
De eerste worp van een hole, gegooid vanaf de tee.
Teesign #
Een bordje bij de tee met een schematische voorstelling van de hole. Vaak staat de totale afstand vermeld, de par-waarde en of er mando's of OB's van toepassing zijn.
Tegenwind #
Wind die direct op de voorkant van de vliegende disc blaast. Aerodynamisch gezien telt de windsnelheid op bij de arm-speed, waardoor de disc zich gedraagt alsof hij enorm hard wordt gegooid. Dit resulteert in een veel onderstabieler vluchtpatroon; de disc zal sneller 'turnen' en heeft een grotere neiging om naar rechts af te zwaaien (bij RHBH) en ongewild om te slaan.
Three-putt #
Wanneer een speler drie worpen (putts) nodig heeft om de disc eindelijk in de basket te krijgen. Vaak het frustrerende resultaat van een gemiste eerste putt, waarna ook de tweede come back putt wordt gemist.
Throw-in #
Een succesvolle worp van grote afstand (officieel alles van buiten de 10-meter cirkel, maar in de praktijk vaak bedoeld voor afstanden van 20 meter of meer) die direct in de basket belandt. Het is feitelijk een naderingsworp of afslag die in één keer in de mand komt. Of het nu briljant vakmanschap was of puur toeval, het staat meestal garant voor luid geschreeuw en high-fives op de fairway.
Throwler #
Een worp die bedoeld was als een gewone drive of approach, maar per ongeluk op zijn kant landt en begint te rollen. Soms verrassend effectief; altijd een verrassing.
Thumber #
Een overhandse worp waarbij je duim de binnenkant van de rand vasthaakt en de rest van je vingers eromheen wikkelt. De disc slaat in de lucht over de kop en schuift naar links weg (RH).
Thumber Grip #
De specifieke grip waarbij de volledige duim tegen de binnenrand zit en vingers bovenop liggen. Gebruikt voor de thumber worp of een thumber roller.
Tier #
De classificatie die de PDGA aan toernooien geeft. Een C-Tier is vaak een lokaal (eendaags) toernooi. Een B-Tier is groter en trekt spelers uit een wijdere omtrek, en A-Tiers en hoger (zoals Elite Series of Majors) zijn grote meerdaagse toernooien met forse eisen voor prijzengeld en organisatie.
Tomahawk #
Een worp overhands (overhead), waarbij de armbeweging lijkt op hoe je een honkbal gooit. De disc gaat verticaal door de lucht, klapt ondersteboven en valt naar beneden.
Tombstone #
Een disc die na een spike hyzer verticaal in de grond is geboord, als een grafsteen. Indrukwekkend om te zien, lastig om weer uit te trekken.
Touch Shot #
Een subtiele, zwevende worp (floater) die wordt gebruikt voor precisie in lastige of technische situaties.
Tough Shot #
Een vorm van dubbelen waarbij beide spelers gooien, maar het team (vaak bepaald door de tegenstander) gedwongen wordt om telkens vanaf de slechtste ligging verder te spelen.
Tournament Central #
Het logistieke hart van een toernooi, meestal te vinden in het clubhuis of een grote partytent. Dit is de locatie waar spelers zich registreren (de registration), het caddy book ophalen, scorekaarten inleveren en de prijsceremonie ('payout') plaatsvindt.
Tournament Roll #
Een ongewoon lange en ongelukkige rol weg van de basket na een worp of putt. Deze pech lijkt vaker voor te komen tijdens toernooien dan in vriendschappelijke spelletjes.
Towel Drill #
Een bekende trainingsvorm (droogtrainen) waarbij een speler een theedoek of handdoekje gebruikt in plaats van een disc. Het doel is om de biomechanica van de worp zo perfect te timen, dat het doekje met een luide "knak" door de geluidsbarrière klapt op het punt waar de snap zou moeten zitten.
Tree-jected #
Zie Tree-nied.
Tree-love #
Een gunstige afketser van een boom. Het zeldzame gedrag van een boom om de vlucht van een disc dusdanig te beïnvloeden dat de disc op een gunstigere plek landt dan zonder die aanraking het geval zou zijn geweest.
Tree-nied #
Wanneer een boom een anderszins perfecte worp tegenhoudt. De disc was goed, de lijn was goed — maar de boom besliste anders. Het tegendeel van tree-love.
Triple mando #
Een zeer restrictieve, verplichte speelroute (mandatory) waarbij de veilige vliegbaan aan drie kanten is afgesloten: links, rechts én aan de bovenkant. De speler moet de disc als het ware door een specifiek 'raam' of poort gooien (vaak opgebouwd uit twee palen of bomen met een dwarsbalk). Passeert je disc het obstakel aan de verkeerde kant, of vlieg je er overheen, dan kost dit een strafworp.
Trophy Only #
Een toernooivorm voor amateurs waarbij er géén payout (waardebonnen) is voor de hoogst geklasseerde spelers. In plaats daarvan steekt de organisatie al het inschrijfgeld in een royaal player pack voor iedereen, en krijgen de winnaars uitsluitend een mooie trofee voor op de schoorsteenmantel.
Tunnel shot #
Een worp door een smal pad tussen bomen of andere obstakels, waarbij nauwkeurigheid ver boven afstand gaat.
Turbo Putt #
Een alternatieve putstijl waarbij de disc boven schouderhoogte wordt gehouden, leunend op de vingers, en als een soort dart of bal richting de basket wordt geduwd.
Turkey #
Het scoren van drie birdies op een rij!
Turn #
Het derde vliegnummer. De neiging van een disc om aan het begin van de vlucht naar rechts af te buigen (bij een RHBH).
Turnover #
Een bewuste worp waarbij een speler de onderstabiliteit van een disc benut om deze tijdens de vlucht gecontroleerd te laten 'omslaan'. Waar Turn slechts een vliegnummer of eigenschap van de schijf is, is de Turnover de daadwerkelijke worp. Je gooit de disc vlak of met een lichte hyzer, waarna de schijf soepel naar rechts afbuigt (bij RHBH) en niet meer terug fadet. Het is het elegante backhand-alternatief voor een forehand. Tenzij je de schijf iets te ver doordraait en deze als een ongeleide roller in de dichtstbijzijnde struiken belandt.
Twee-meter regel #
Een optionele regel die bepaalt dat een speler een strafworp ontvangt wanneer een disc tot rust komt in een boom of ander obstakel op een hoogte van twee meter of meer boven het speeloppervlak. De toepassing hiervan is onderworpen aan de beslissing van de toernooidirecteur en wordt in de praktijk zelden gehanteerd.
Tweener #
Een hole die qua afstand of moeilijkheidsgraad tussen twee par-waarden in valt — niet echt een par 3, maar ook geen echte par 4.
Two on one #
Een informele regel die tijdens recreatieve rondes wordt toegepast, waarbij de speler twee worpen mag doen vanaf de eerste hole en vervolgens doorspeelt vanaf de positie van de beste worp. Deze methode staat ook bekend als 'two for one'. In Tilburg heet deze regel Two-on-two, omdat men doorgaans een ronde begint op hole 2.
Two-Minute Warning #
Het officiële geluidssignaal (vaak twee stoten op een luchthoorn) dat exact twee minuten voor het begin van een shotgun start klinkt. Let op: vanaf dat moment is het ten strengste verboden om nog proefworpen (oefen-putts) te doen, op straffe van een strafworp.

U

UDisc #
De populairste mobiele app onder discgolfers ter wereld. Wordt gebruikt voor het bijhouden van scores, het ontdekken van nieuwe banen, het meten van afstanden van worpen en het volgen van live toernooi-uitslagen.
Ultimate #
Die "andere" disc-sport, waarbij twee teams van zeven spelers overgooien met een disc, op een veld van 100x37 meter met twee eindzones.
Understable #
Unsanctioned #
Een informeel of club-georganiseerd toernooi dat niet meetelt voor je PDGA rating. Vaak gebruikt voor wintercompetities, doubles, of evenementen met afwijkende spelregels.
Utility disc #
Een benaming voor schijven (meestal met extreme vluchtnummers, zoals absurd veel 'fade') die je normaal gesproken nooit vanaf de tee zult werpen voor afstand, maar die essentieel zijn in je tas voor specifieke, eenmalige probleemsituaties. Denk aan ontsnappingen uit de bosjes (escape shots) of krachtige rollers (thumbers of tomahawks).
Utility shot #
Een onconventionele worp die specifiek wordt ingezet om uit lastige situaties te ontsnappen of om een ongebruikelijke lijn om obstakels heen te gooien. Het doel is zelden maximale afstand, maar het herstellen van de positie op de baan. Of om een showtje op te voeren.

V

Vliegpatroon #
Vluchtnummers #
De vier cijfers op een disc (Speed, Glide, Turn, Fade) die het vliegpad beschrijven.
Vluchtpatroon #
De verwachte vluchtlijn van een disc onder normale omstandigheden, wanneer deze met de juiste snelheid wordt gegooid.
Voetfout #
Een regelovertreding, waarbij de werper tijdens het moment van loslaten geen steunpunt heeft dat in contact staat met de correcte ligging, of buiten/voorbij de afslagplek stapt.

W

Warm-up basket #
Water carry #
Een specifieke hindernis in het ontwerp van een hole waarbij een aanzienlijk stuk open water (een meer, vijver of brede rivier) overbrugd móét worden, zonder enige veilige landingszone (bailout) ertussen. Het vereist absolute toewijding, afstand en het vermogen om de mentale angst voor het verliezen van een disc te negeren.
Weak-side #
Het gedeelte van de kettingen van de basket waar de rotatie van de disc ervoor zorgt dat deze bij impact eerder uit de basket zal stuiteren of glijden, in plaats van erin te blijven hangen. Voor een rechtshandige speler die een backhand-worp uitvoert (RHBH), bevindt de 'weak side' zich aan de linkerzijde van de kettingen.
Weekend League #
Een toegankelijke, regionale of landelijke competitie die in het weekend gespeeld wordt. Zeer populair bij discgolfers in Nederland en dé perfecte opstap voor toernooi-ervaring.
Weight shift #
De gecontroleerde verplaatsing van je lichaamsgewicht van je achterste naar je voorste voet tijdens de aanloop. De heupen leiden deze beweging.
Werpputter #
Een putter die specifiek wordt gebruikt om afstanden mee te gooien vanaf de tee of op de fairway, in plaats van uitsluitend voor de laatste worp in de basket. Werpputters zijn vaak gemaakt van duurzamer (premium) plastic, zodat ze meer snelheid en kracht aankunnen dan een standaard putter. Dit zorgt voor een gecontroleerde, vaak zeer rechte vlucht zonder dat de disc te snel afwijkt.
WFDF #
World Flying Disc Federation. De wereldwijde organisatie die de regels, recordregistratie en continuïteit van grote vliegende disc-evenementen verzorgt.
Whale Sac #
Een walvisvormig gripzakje gevuld met kleipoeder dat je in je handen kneedt of over de disc wrijft voor betere grip bij vochtige omstandigheden.
Wind-play #
Het aanpassen van je worp op basis van de windrichting. Bijvoorbeeld: een disc iets vlakker gooien bij wind tegen om te voorkomen dat hij gaat turnen.
Wing #
De buitenste rand van de disc die wordt vastgehouden tijdens de grip. De term wordt vaak synoniem gebruikt met rim, waarbij wing meer de nadruk legt op de vorm en het aerodynamische profiel van de rand, terwijl rim meestal verwijst naar de fysieke hoogte en de grip. Een distance driver heeft doorgaans een bredere wing dan een fairway driver.
Wobble #
Het onrustig wiebelen en vibreren van de disc in de lucht vlak na het loslaten. Dit is vaak een teken van off-axis torque en duidt op een onzuivere worp.
Woods Golf #
Een zeer specifieke discipline of speelstijl binnen de sport, waarbij de baan zich nagenoeg volledig afspeelt in dicht bosgebied. Waar 'open golf' om brute afstand vraagt, vereist 'woods golf' extreme controle over werphoeken, chirurgische precisie en het vermogen om strakke tunnel shots te gooien. Zie ook: Stadsbos013.
Worm Burner #
Een worp die met hoge snelheid nauwelijks boven de grond vliegt — centimeters boven het gras scheerend. Soms bewust ingezet op open fairways; vaker onbedoeld.
Wus #
Een zwakke putt die totaal geen kans heeft om in de basket te belanden. Niet te verwarren met een strategische lay-up.

X

X-Step #
De fundamentele zijwaartse en gekruiste aanloopbeweging bij een backhandworp. Deze choreografie van de voeten forceert de heupen om in te draaien en vormt de kern van kracht-opbouw.

Y

Yank #
Vergelijkbaar met een grip lock, maar dan als gevolg van te veel kracht: de disc wordt te ver naar rechts getrokken (bij RHBH).

Z

Zijwind #
Wind die diagonaal of haaks over de fairway blaast. Bij een backhand-worp zal wind die op de bovenkant van de disc (flight plate) drukt de schijf hard naar de grond duwen, terwijl wind die onder de vliegende disc slaat zorgt voor ongecontroleerde 'lift' en een dramatische toename van de overstabiliteit.
Zuigend #
(Zou Koen Bakx zeggen.) Wordt geroepen wanneer een boom een aankomende disc rakelings weet te ontwijken. Discgolf013 kreet van diepe bewondering voor de flexibiliteit van een boom.
Zweefvermogen #
Zie Glide.