Discpedia / Discgolf termen

Discgolf disc met een stamp van DiscpediaDe Discpedia verklaart de meeste discgolf termen en nog veel meer. Van Ace tot Zweefvermogen, en alle schijftaal daartussen. Lekker doorzoekbaar en aanklikbaar.

De lijst is al veel te compleet, dus als je nog aanvullingen of correcties hebt, dan horen we dat graag.

57 termen gevonden in categorie Baanonderdelen

A

Am-side #
Zie Weak-side.

B

Baan #
Zie Course.
Back-nine #
De laatste negen holes van een standaard 18-holes discgolfbaan (hole 10 tot en met 18). Dit is de tweede en afsluitende helft van een volledige ronde. Op veel banen is de back-nine net iets uitdagender dan de front-nine, om de spanning tegen het einde van de ronde op te bouwen.
Backdoor #
Wanneer een disc achter een obstakel (zoals een boom of struik) langs vliegt en via die "achterdeur" alsnog bij de basket komt.
Backdrop #
Een natuurlijke "stop-knop" (boomstronk, heuvel, muur) achter de basket. Dankzij de backdrop belandt je mislukte putt niet aan de andere kant van het park.
Bailout Zone #
Een veiliger, doorgaans obstakelvrij gedeelte op of naast de fairway, ver weg van de ideale (maar risicovolle) route naar de basket. Een speler mikt bewust op deze zone als gecontroleerde lay-up of reddingsworp wanneer de directe aanval op de basket de kans op strafworpen (zoals water of OB) te groot maakt.
Basket #
Het doelwit van de hole. Een metalen constructie met hangende kettingen en een opvangbak. Soms wordt hiermee ook de alleen metalen korf onder de kettingen mee bedoeld: "Je hebt je putter in de basket laten liggen."
Basket
Binnenkettingen #
Blind hole #
Een hole waarbij de basket vanaf de tee fysiek niet zichtbaar is, vaak vanwege een scherpe bocht (dogleg), dichte begroeiing of aanzienlijk hoogteverschil. Het spelen van deze holes vereist vertrouwen in de teesign en bij voorkeur het gebruik van een spotter.
Boom #
Ego-crusher. Een veel te veel voorkomend obstakel op een discgolfbaan, ondanks dat ze relatief eenvoudig te verwijderen zijn met een kettingzaag. Bomen hebben een mysterieuze magnetische aantrekkingskracht op discs.
Buitenkettingen #

C

Cage #
Zie Mand.
Ceiling #
Verlaagd plafond. Weinig verticale ruimte om een disc doorheen te sturen, bijvoorbeeld door lage takken of een dicht bladerdak. Dwingt de speler tot een vlakke, beheerste worp — of tot een creatieve roller.
Chains #
Zie Kettingen.
Circle 1 #
De zone binnen een straal van 10 meter rond de basket. Binnen deze cirkel gelden strengere puttregels: je mag na de worp je evenwicht niet naar voren verliezen zolang de uitkomst nog onzeker is.
Circle 1
Circle 2 #
De zone tussen 10 en 20 meter van de basket. Putts vanuit C2 zijn aanzienlijk moeilijker en tellen apart in spelerstatistieken. Een hoog C2-percentage is een teken van een uitzonderlijk goede putter.
Course #
Het volledige terrein of park waarop gespeeld wordt. Een standaard discgolf course heeft meestal 9 of 18 holes.
Course designer #
De persoon (of het comité) die verantwoordelijk is voor de lay-out en architectuur van een discgolfbaan. Zij bepalen de plaatsing van de tee-pads, de fairways, de basket-posities en eventuele 'mando's' of OB-lijnen, met als doel een balans te vinden tussen veiligheid, de natuurlijke omgeving en een uitdagende spelervaring.

D

Dogleg #
Een fairway die halverwege scherp naar links of naar rechts buigt, vergelijkbaar met de knik in de achterpoot van een hond. Het ontwerp van deze holes dwingt spelers om hun schijf bewust in een specifieke bocht (zoals een gecontroleerde hyzer, anhyzer of forehand) te sturen. Louter op maximale afstand rechtdoor gooien brengt je hier gegarandeerd in de problemen.
Double Mando #
Een verplichte speelroute waarbij de disc exact tússen twee gemarkeerde objecten (vaak twee bomen of palen) door moet vliegen. Als de disc aan de verkeerde kant van een van beide objecten passeert, resulteert dit in een strafworp en een verplaatsing naar de dropzone.
Dropzone #
Een specifieke plek op de baan (drop-tee) waar je verplicht vanaf gooit als je een bepaalde regelovertreding hebt begaan, zoals het missen van een mando of landen in een specifieke waterhindernis.

E

Eiland #
Een specifiek, afgebakend gebied op de baan (meestal omgeven door out-of-bounds). Om hier correct te spelen, moet jouw disc in dit aangewezen gebied komen te liggen.
Elevated Basket #
Een basket die hoger dan standaardhoogte is gemonteerd, bijvoorbeeld op een paal, platform of helling. Vereist een andere putthoek en maakt de sweet spot lastiger te raken. En als je je putt mist vliegt je schijf verder door.
Elevated Tee #
Een teepad dat significant hoger ligt dan de fairway of basket. Biedt vaak spectaculaire uitzichten, extra glide en een vals gevoel van onoverwinnelijkheid bij de afworp.

F

Fairway #
De open, ideale speelroute op de hole tussen de afslagplek en de mand.
Front-nine #
De eerste negen holes van een standaard 18-holes discgolfbaan (hole 1 tot en met 9). Dit vormt de eerste helft van een volledige ronde.

G

Green #
Het gebied rondom de basket; de putt-zone. Vergelijkbaar met de green in traditioneel golf, maar in discgolf minder formeel afgebakend en zelden zo netjes gemaaid. Wordt ook wel gebruikt als synoniem voor Circle 1.
Guardian #
Een boom, heuvel of ander obstakel dat strategisch voor de basket staat en directe toegang tot de basket blokkeert. De guardian dwingt de speler tot een omweg of een creatieve worp.

H

Hole #
Één afgebakend speelgedeelte, beginnend bij de tee en eindigend in de basket.

I

Inner chains #
De binnenste ring van kettingen op een basket, ontworpen om zwaardere putts in het exacte midden af te remmen en te voorkomen dat ze via de middenpaal direct weer naar buiten stuiteren (bounce-outs). Hoogwaardige wedstrijdbaskets hebben vaak dicht opeengepakte 'inner chains'.
Island #
Zie Eiland.

K

Kettingen #
De metalen kettingen die in het bovenste deel van de basket hangen. Het doel van de kettingen is om de impact en snelheid van een geworpen disc af te remmen, zodat de schijf naar beneden in de opvangbak valt. Baskets van een hogere kwaliteit hebben vaak meerdere, zwaardere rijen kettingen om te voorkomen dat een hard geworpen disc er doorheen schiet.
Kettingen
Kettingrek #
De bovenrand van de basket waar de kettingen aan gemonteerd zijn. Maakt een onaangenaam geluid als je je disc er tegenaan gooit. Met name omdat je dan je putt gemist hebt.
Kettingrek

L

Landing Zone #
Het ideale gebied op de fairway waar je je disc wilt laten landen voor de best mogelijke invalshoek naar de basket.
Local Route #
Een alternatieve lijn naar de basket die alleen locals kennen — vaak buiten de bedoelde fairway. Niet altijd officieel, maar soms verrassend effectief.

M

Mand #
De metalen korf onder de kettingen waarin de disc tot rust moet komen voor een geldige score. De disc mag overigens ook in de kettingen hangen voor een geldige score. Soms wordt de term Mand ook gebruikt als Basket, om de complete constructie van pin, korf, kettingen en kettingrek aan te geven.
Mand

O

Outer chains #
De buitenste rij kettingen van de basket. Ze dienen als de eerste vanger (catcher) voor de disc. Goede outer chains pakken de disc soepel beet; te lichte outer chains laten snelle putts soms door de mazen heen glippen (blow-throughs).

P

Peninsula #
Een specifieke hindernis of groenvoorziening waarbij de green rondom de basket aan drie kanten wordt omringd door water of Out-of-Bounds (OB) gebied, met slechts één smalle strook land die aansluit op de fairway. Vereist extreme accuratesse, maar is minder straffend dan een volledig eiland. Zie ook: Island.
Pin #
De paal van de basket, waaraan de kettingen hangen en de cage bevestigd is.
Pin
Pin Placement #
De specifieke, fysieke locatie op de green waar de basket in de grond is gemonteerd. Veel banen hebben meerdere vaste ankerpunten (sleeves) per hole, zodat de beheerder de 'pin placement' periodiek kan veranderen (bijvoorbeeld van positie A naar B) om de moeilijkheidsgraad of de route van een baan te variëren.
Practice Basket #
Een extra basket die niet bij een hole hoort, maar speciaal is geplaatst nabij hole 1 of het clubhuis. Hier kunnen spelers zich voor hun ronde verzamelen om warm te gooien en hun putts te kalibreren.
Pro Shop #
Een winkel, fysiek op of vlakbij de baan, waar je nieuwe discs, tassen, mini's, handdoekjes en snacks kunt kopen. De droom van iedere discgolfer (en de nachtmerrie voor de portemonnee).
Pro-side #

R

Rough #
De gebieden direct naast en buiten de fairway die niet actief worden onderhouden of gemaaid. Deze zones kenmerken zich vaak door dikke brandnetels, hoge dichte struiken, braambossen en onbegaanbare stukken natuur. Het is de strafzone voor een afgezwaaide worp, zelfs als het geen officiële 'Out-of-Bounds' is.

S

Schiereiland #
Zie Peninsula.
Signature hole #
De meest in het oog springende, unieke of memorabele hole van een gehele discgolfbaan. Dit is vaak de hole met het mooiste uitzicht, de meest uitdagende waterpartij of het meest dramatische hoogteverschil. Het is het visitekaartje dat vaak wordt gebruikt om de baan te promoten.
Strong side #
Het gedeelte van de kettingen van de basket waar de rotatie van de disc, bij impact, de schijf naar binnen stuurt in plaats van eruit. Voor een rechtshandige speler die een backhand-worp uitvoert (RHBH), bevindt de 'strong side' zich aan de rechterzijde van de kettingen.
Sweet Spot #
Het perfecte mikpunt in het midden van de kettingen van de basket waar de kans op een succesvolle putt (zonder blow-through of spit out) het grootst is.

T

Tee #
De vaste werpplek waar een hole begint. Vanaf de tee moet de eerste worp gegooid worden. Dit is vaak een verhard of duidelijk afgebakend stuk grond, voorzien van kunstgras of beton. Of het is een plankje in de grond met een ingesleten kuil erachter, zoals in ons Stadsbos013.
Teepad #
Het fysieke plateau of oppervlak waarvan de afworp (tee shot) moet plaatsvinden. Goede teepads zijn essentieel voor de veiligheid en worptechniek, en zijn idealiter gemaakt van ruw beton, vlakke tegels, of hoogwaardig kunstgras om uitglijden tijdens de X-step te voorkomen. In Stadsbos013 ontbreken deze om alle wilde dieren niet te storen in hun geweldige natuurervaring en de enorme diversiteit aan wilde planten de ruimte te bieden die ze nodig hebben.
Teesign #
Een bordje bij de tee met een schematische voorstelling van de hole. Vaak staat de totale afstand vermeld, de par-waarde en of er mando's of OB's van toepassing zijn.
Triple mando #
Een zeer restrictieve, verplichte speelroute (mandatory) waarbij de veilige vliegbaan aan drie kanten is afgesloten: links, rechts én aan de bovenkant. De speler moet de disc als het ware door een specifiek 'raam' of poort gooien (vaak opgebouwd uit twee palen of bomen met een dwarsbalk). Passeert je disc het obstakel aan de verkeerde kant, of vlieg je er overheen, dan kost dit een strafworp.
Tweener #
Een hole die qua afstand of moeilijkheidsgraad tussen twee par-waarden in valt — niet echt een par 3, maar ook geen echte par 4.

W

Warm-up basket #
Water carry #
Een specifieke hindernis in het ontwerp van een hole waarbij een aanzienlijk stuk open water (een meer, vijver of brede rivier) overbrugd móét worden, zonder enige veilige landingszone (bailout) ertussen. Het vereist absolute toewijding, afstand en het vermogen om de mentale angst voor het verliezen van een disc te negeren.
Weak-side #
Het gedeelte van de kettingen van de basket waar de rotatie van de disc ervoor zorgt dat deze bij impact eerder uit de basket zal stuiteren of glijden, in plaats van erin te blijven hangen. Voor een rechtshandige speler die een backhand-worp uitvoert (RHBH), bevindt de 'weak side' zich aan de linkerzijde van de kettingen.