Discpedia / Discgolf termen

Discgolf disc met een stamp van DiscpediaDe Discpedia verklaart de meeste discgolf termen en nog veel meer. Van Ace tot Zweefvermogen, en alle schijftaal daartussen. Lekker doorzoekbaar en aanklikbaar.

De lijst is al veel te compleet, dus als je nog aanvullingen of correcties hebt, dan horen we dat graag.

70 termen gevonden in categorie Werptechniek

#

360-Spin Worp #
Een techniek voor extreme afstand waarbij de speler een volledige pirouette van 360 graden draait tijdens de aanloop om maximale rotatiesnelheid op te bouwen. Komt veel voor bij distance showcases, maar gaat snel ten koste van nauwkeurigheid.

A

Afworp #
Zie Teeshot.
Air Bounce #
Een worp waarbij de disc richting de grond wordt gegooid en vlak voor het loslaten iets omhoog wordt gekanteld. De luchtdruk onder de disc zorgt er dan voor dat hij omhoog "stuitert" op een kussen van lucht.
Anhyzer Roller #
Een roller-worp uitgevoerd met een backhandgrip waarbij de disc met anhyzer-hoek wordt gegooid, zodat hij op zijn rand landt en wegrolt. De backhand-tegenhanger van de Froller.
Approach #
Een veilige worp (vaak vanaf de fairway) met als doel om de disc zo dicht mogelijk bij of onder de basket te laten landen, om de volgende putt makkelijk te maken.

B

Backhand #
De standaard worp in discgolf, vergelijkbaar met de backhand in tennis, waarbij de disc min of meer voor het lichaam langs wordt gegooid. Vaak aangeduid als RHBH (Right Hand Backhand) of LHBH (Left Hand Backhand).
Backhand
Backhand Grip #
Een grip waarbij de duim op de bovenkant (flight plate) ligt, de vingers onder de disc zijn gekruld met één of meer vingerkussentjes tegen de binnenrand, en de rug van de hand naar het doel wijst.
Belly Putt #
Een volledig legale, maar fysiek ongemakkelijke putt-houding waarbij de speler plat op zijn buik op de grond ligt. Dit wordt ingezet wanneer de schijf diep onder een struik of zeer laaghangende takken is geland en elke andere verticale steunpositie onmogelijk is.
Bonopane Grip #
Een onconventionele, zeldzame grip waarbij de wijsvinger strak over de rand (de flight plate) van de disc wordt gebogen en samen met de duim het uiteinde vastknijpt, terwijl de overige vingers onder de rim liggen. Het wordt soms door spelers gebruikt om extreme grip-lock te voorkomen of om te forceren dat de neus van de disc (nose down) omlaag blijft tijdens de worp.
Bullet #
Een snelle putt die strak rechtdoor gegooid wordt. Bij een misser kan dit een lange come back putt opleveren, en deze worp is gevoeliger voor blow-throughs en spit outs. Maakt soms indruk op de tegenstander.

C

Chicken Wing #
Een zeer onconventionele en zeldzame werptechniek. De speler houdt de duim aan de rand of onderkant van de disc en leidt de worp met een gebogen arm en elleboog die omhoog steekt (als een kippenvleugel). Het ziet er vreemd uit, maar sommige spelers genereren er verrassend veel kracht mee.
Come back putt #
De putt die je moet doen nadat je eerste putt het doel heeft gemist en voorbij de basket is gevlogen of gerold.
Comebacker #
Cut Roll #
Zie Cut Roller.
Cut Roller #
Een roller (rollende worp) die zodra hij de grond raakt niet voldoende rechtop komt te staan. Bij een rechtshandige backhand (RHBH) leunt de disc hierdoor te veel naar links, wat ervoor zorgt dat hij direct en scherp naar links afbuigt in plaats van rechtdoor te rollen. De term wordt ook gebruikt wanneer een gewone, vliegende worp in een scherpe hoek landt en onbedoeld wegrolt.

D

Disc Down #
De bewuste keuze om een langzamere, meer gecontroleerde disc te gooien in plaats van je snelste driver. Verstandig bij technische holes, nauwe fairways of als de wind te keer gaat.

E

Escape Shot #
Elke worp die wordt gebruikt om uit een slechte lie of een lastige situatie te komen. Resulteert soms in creatieve shots als bovenhandse rollers of bewust ingezette course maintenance.

F

Fairway Shot #
Een lange worp vanaf de fairway, bedoeld om aanzienlijk dichter bij of direct naast de basket te landen.
Fan Grip #
Een manier om de disc vast te houden waarbij de vingers gespreid ("gefanned") over de onderkant van de disc liggen. Biedt veel controle en wordt meestal gebruikt voor putten en korte approaches.
Finesse Shot #
Zie Touch Shot.
Floater #
Een puttstijl waarbij de putter met de neus omhoog of in een hogere boog wordt gegooid, zodat deze als het ware in de kettingen "zweeft".
Forehand #
Een worp waarbij de disc langs de werparm wordt geworpen, zoals bij tennis. Vaak aangeduid als RHFH of LHFH. (Ook wel Sidearm).
Forehand
Froller #
Forehand Roller. Een tactische worp waarbij je de disc met een forehandgrip werpt, zodat hij op zijn rand landt en wegrolt. Vaak ingezet als ontsnappingsworp vanuit de bosjes.

G

Go For Shot #
Een agressieve worp, meestal vanaf de fairway, met als doel om de disc direct in de basket te laten belanden in plaats van veilig ernaast (lay-up).
Grenade #
Een gespecialiseerde 'utility' worp waarbij je de disc ondersteboven gooit. De disc stijgt hierdoor snel, vliegt over obstakels, en valt vervolgens bijna verticaal naar beneden. Hierdoor is het de ideale worp om uit de problemen te komen, zoals bij een muur van bomen
Ground play #
Alles wat een disc doet nadat deze voor het eerst de grond raakt, zoals rollen, glijden, stuiteren of abrupt stilvallen. Geoefende spelers houden hier rekening mee bij hun schijfkeuze.

H

Hook Thumb Grip #
Een grip waarbij het kussentje van de duim aan de binnenkant van de rand haakt en de rand wordt vastgeklemd tussen de duim en de binnenkant van de wijsvinger.
Horseshoe Putt #
Een puttstijl waarbij de disc met een vlakke, lage boog wordt gegooid die lijkt op het gooien van een hoefijzer. Meer spin, minder hoogte.
Hyzer Putt #
Een backhand putt die van rechts naar links richting het doel beweegt (voor RHBH). Kan ook verwijzen naar de worphoek waarbij de rechterkant van de putter hoger gekanteld is.

J

Jump putt #
Een techniek waarbij de speler zich afzet en in de lucht springt tijdens de putt. Dit mag alleen als de speler verder dan 10 meter van de basket verwijderd is.

K

Knee Putt #
Een legale werphouding waarbij de speler besluit om met één knie op de grond direct achter de marker te steunen, terwijl de andere voet fungeert als balanspunt. Deze verlaagde 'stance' wordt vrijwel uitsluitend gebruikt wanneer de speler zich onder zeer laaghangende takken bevindt en een normale staande positie onmogelijk is.

L

Lay-up #
Een bewuste keuze om niet op de basket te mikken, maar de disc veilig in de buurt te leggen om extra worpen of missers te voorkomen.
LHBH #
Left Hand Backhand. Een backhand worp gegooid met de linkerhand. Het vliegpad is globaal het spiegelbeeld van een RHBH worp.
LHBH
LHFH #
Left Hand Forehand. Een forehand worp gegooid met de linkerhand. Heeft globaal hetzelfde vliegpad als een RHBH worp.
LHFH
Look #
Het moment dat je na je worp zicht hebt op de basket en een directe putt kunt overwegen. "Hij heeft een look" betekent dat een speler een kans heeft om in te putten.

M

Modified Fan Grip #
De perfecte hybride grip voor midranges en fairway drivers. Wijsvinger en pink liggen in de rand gekruld voor de kracht, terwijl de middel- en ringvinger licht gespreid onder de bodem rusten voor stabiliteit.

O

Overhead Shot #
Elke worp die verticaal of met een bovenhandse honkbal-werpbeweging wordt gegooid.

P

Pancake #
Een overhandse worp die zo wordt gegooid dat de disc vlak door de lucht vliegt (als een pannenkoek) en ook plat op de grond landt. Wordt vaak gebruikt om uit de rough te ontsnappen.
Parked #
Een term die wordt gebruikt wanneer een disc zo dicht bij de basket landt (vaak recht onder de paal) dat de overgebleven putt nog slechts een simpele tap-in is.
Patent Pending #
Een approach-worp waarbij de speler met zijn rug naar de basket staat en achterwaarts gooit. Zelden de eerste keuze, maar soms de enige uitweg uit een lastige lie.
Pin High #
Een worp die op gelijke afstand van de tee als de basket landt, maar ernaast. Technisch gezien de juiste diepte — alleen iets te ver links of rechts.
Pinch grip #
Een specifieke plaatsing van de hand, voornamelijk gebruikt bij putten, waarbij de zijkant van de disc stevig wordt 'geknepen' tussen de duim (bovenop) en de wijsvinger (aan de onderkant of op de rand). Het biedt minimale kracht, maar maximale, trillingsvrije controle voor korte afstanden.
Power Grip #
Een grip waarbij alle vier de vingers stevig onder de disc in de binnenrand gekruld zitten en de duim plat bovenop ligt. Deze grip genereert de maximale hoeveelheid kracht en afstand.
Push Putt #
Een puttstijl waarbij de putter met een duwende beweging en lage rotatiesnelheid naar de basket wordt gegooid. Geeft veel controle op korte afstand, maar is gevoeliger voor wind.
Putt #
De (meestal korte) worp naar de basket met als doel de disc in de kettingen te gooien en de hole af te ronden (uitholen). Een worp wordt over het algemeen als een putt beschouwd wanneer deze binnen de cirkel van 10 meter rondom de basket wordt uitgevoerd. Spelers gebruiken hier vrijwel altijd een specifieke disc voor: de putter.

R

RHBH #
Right Hand Backhand. De standaard backhandworp, gegooid met de rechterhand. Veel vluchtbeschrijvingen zijn hierop gebaseerd.
RHBH
RHFH #
Right Hand Forehand. Een forehand gegooid met de rechterhand. Het vliegpad is globaal het spiegelbeeld van een RHBH worp.
RHFH
Roller #
Een worp waarbij de speler de disc bewust op de zijkant gooit zodat deze over de grond rolt in plaats van vliegt. Een tactiek om onder lage takken door te komen of extra afstand te halen. Er bestaan verschillende manieren om een dis te laten rollen, elk met hun specifieke toepassing.

S

Scomahawk #
Een zeldzame worp die een kruising vormt tussen een scoober en een tomahawk. De speler houdt de disc ondersteboven vast en lanceert deze bovenhands over de schouder. Het is een typische reddingsworp (utility shot) om over hoge obstakels te ontsnappen wanneer een standaardworp geblokkeerd is.
Sky Roller #
Een backhand roller die hoog de lucht in wordt gegooid voordat hij op zijn kant landt en begint te rollen. Levert indrukwekkende afstanden op vlakke fairways.
Spin Putt #
Een puttstijl waarbij de putter met veel rotatiesnelheid naar de basket wordt gegooid. Stabieler in de wind dan een push putt, maar gevoeliger voor blow-throughs.
Split Grip #
Een forehand grip waarbij de wijsvinger in een V-vorm richting het midden van de disc wijst, en de middelvinger tegen de binnenrand rust. Helpt tegen wobble bij kortere finesse-worpen.
Spush Putt #
Een moderne, hybride puttstijl die de technieken van een spin putt en een push putt naadloos combineert. De speler gebruikt de pols voor voldoende rotatie (spin) voor de nodig glide, maar gebruikt ook een voorwaartse duwende armbeweging (push) voor extra controle over de hoogte. Dit is tegenwoordig de meest voorkomende puttstijl onder professionele spelers.
Stacked Grip #
De meest aanbevolen grip voor forehand worpen met veel kracht. De middelvinger ligt tegen de binnenrand, en de wijsvinger wordt erbovenop "gestapeld" ter extra ondersteuning.
Stall Shot #
Een worp die bewust met de neus omhoog wordt gegooid, zodat de disc zijn snelheid verliest en als een helikopter naar beneden zakt. Handig om de disc snel te stoppen in een technische situatie.
Step Putt #
Een putt waarbij de speler een stap voorwaarts zet tijdens de worp — buiten Circle 1, waar dit is toegestaan. Geeft extra momentum.
Straddle putt #
Een putting-stance waarbij de speler met de benen wijd staat en recht richting de basket wijst. Gebruikt om om een obstakel heen te reiken.

T

Tap-in #
Een zeer korte putt (meestal binnen een meter).
Tap-in
Teeshot #
De eerste worp van een hole, gegooid vanaf de tee.
Three-putt #
Wanneer een speler drie worpen (putts) nodig heeft om de disc eindelijk in de basket te krijgen. Vaak het frustrerende resultaat van een gemiste eerste putt, waarna ook de tweede come back putt wordt gemist.
Throw-in #
Een succesvolle worp van grote afstand (officieel alles van buiten de 10-meter cirkel, maar in de praktijk vaak bedoeld voor afstanden van 20 meter of meer) die direct in de basket belandt. Het is feitelijk een naderingsworp of afslag die in één keer in de mand komt. Of het nu briljant vakmanschap was of puur toeval, het staat meestal garant voor luid geschreeuw en high-fives op de fairway.
Thumber #
Een overhandse worp waarbij je duim de binnenkant van de rand vasthaakt en de rest van je vingers eromheen wikkelt. De disc slaat in de lucht over de kop en schuift naar links weg (RH).
Thumber Grip #
De specifieke grip waarbij de volledige duim tegen de binnenrand zit en vingers bovenop liggen. Gebruikt voor de thumber worp of een thumber roller.
Tomahawk #
Een worp overhands (overhead), waarbij de armbeweging lijkt op hoe je een honkbal gooit. De disc gaat verticaal door de lucht, klapt ondersteboven en valt naar beneden.
Touch Shot #
Een subtiele, zwevende worp (floater) die wordt gebruikt voor precisie in lastige of technische situaties.
Turbo Putt #
Een alternatieve putstijl waarbij de disc boven schouderhoogte wordt gehouden, leunend op de vingers, en als een soort dart of bal richting de basket wordt geduwd.

U

Utility shot #
Een onconventionele worp die specifiek wordt ingezet om uit lastige situaties te ontsnappen of om een ongebruikelijke lijn om obstakels heen te gooien. Het doel is zelden maximale afstand, maar het herstellen van de positie op de baan. Of om een showtje op te voeren.

W

Worm Burner #
Een worp die met hoge snelheid nauwelijks boven de grond vliegt — centimeters boven het gras scheerend. Soms bewust ingezet op open fairways; vaker onbedoeld.