Discpedia / Discgolf termen

Discgolf disc met een stamp van DiscpediaDe Discpedia verklaart de meeste discgolf termen en nog veel meer. Van Ace tot Zweefvermogen, en alle schijftaal daartussen. Lekker doorzoekbaar en aanklikbaar.

De lijst is al veel te compleet, dus als je nog aanvullingen of correcties hebt, dan horen we dat graag.

73 termen gevonden in categorie Spelregels & situaties

#

3-minuten regel #
Een officiële PDGA-regel die stelt dat spelers maximaal drie minuten de tijd hebben om een zoekgeraakte disc te vinden. De timer start pas zodra de groep is aangekomen in het gebied waar de schijf vermoedelijk ligt. Is de disc na precies drie minuten nog steeds niet gevonden, dan wordt deze officieel als 'verloren' beschouwd. Dit kost de speler één strafworp, waarna hij verplicht is de worp over te doen vanaf zijn vorige ligging.
30-seconden regel #
Een officiële PDGA-regel die stelt dat een speler maximaal 30 seconden de tijd heeft om zijn worp uit te voeren, gerekend vanaf het moment dat hij bij zijn disc is aangekomen, zijn lie heeft vastgesteld en het speelveld vrij is. Het overschrijden van deze tijd resulteert in een officiële tijdswaarschuwing.

A

Alternate Shot #
Een vorm van dubbelen waarbij de twee spelers van een team elkaar na elke worp afwisselen met dezelfde disc, totdat deze in de basket ligt.
Average Shot #
Een minder bekende, maar strategische vorm van dubbelen waarbij de twee spelers van een team gooien vanaf de tee. Vervolgens wordt het exacte geometrische middelpunt tussen de twee gelande schijven bepaald. Vanaf die nieuwe, gedeelde ligging (de lie) doen beide spelers hun volgende worp, waarna opnieuw het gemiddelde middelpunt wordt gezocht.
Away player #
De speler wiens disc het verst van de basket verwijderd is nadat alle spelers vanaf de tee hebben geworpen. Deze speler is volgens de regels altijd als eerste aan de beurt om de volgende worp te doen. Synoniem voor 'out'. "Ben ik out?" betekent dus: "Lig ik het verste van de basket?"

B

Best Score #
Een vorm van dubbelen waarbij beide spelers de hole volledig individueel uitspelen. Alleen de laagste score van de twee spelers telt als de uiteindelijke teamscore voor die hole.
Best Shot #
Een populaire vorm van dubbelen waarbij beide spelers gooien en het team kiest vanaf welke disc ze verder spelen. Vanaf dat gekozen punt gooien beide spelers opnieuw, totdat de hole is uitgespeeld.
Blow-through #
Een putt die hard de kettingen raakt, maar er dwars doorheen glipt en aan de achterkant de basket weer verlaat.
Bogey-free round #
Een toernooironde of oefenronde afsluiten zonder ook maar één bogey (of dubbel bogey) op je scorekaart te hoeven noteren. Een ultiem bewijs van rust, consistentie en goede scramble-vaardigheden.
Bounce-out #
Een situatie waarbij een geworpen disc de middelste paal van de basket met zoveel kracht raakt, dat deze direct terugkaatst en buiten de mand valt. Een bounce-out is extra frustrerend, omdat de disc keurig in het midden van de kettingen kwam (tegen de pin) en toch een extra worp oplevert.

C

Cali #
Een term die wordt gebruikt bij dubbel-toernooien (doubles) wanneer er een oneven aantal spelers is. De speler zonder partner wordt aangewezen als de 'Cali' en speelt solo tegen de duo's. Om het speelveld enigszins in balans te houden, krijgt een Cali-speler vaak een voordeel, zoals één toegestane herkansing (mulligan) per hole.
California #
Zie Cali.
Cardmate #
Een medespeler die tijdens een toernooi of recreatieve ronde aan jouw specifieke groep (de 'card') is toegewezen. Je loopt gezamenlijk de hele baan, helpt elkaar indien nodig als spotter bij onoverzichtelijke holes en bent verantwoordelijk voor het controleren en bevestigen van elkaars scores.
Casual relief #
Een officiële regel waarmee je jouw ligging (lie) zonder strafworp naar achteren mag verplaatsen op de speellijn tot het dichtstbijzijnde veilige punt. Je hebt hier recht op wanneer je disc belandt in tijdelijk water (zoals een gigantische regenplas), bij gevaarlijke situaties (denk aan een wespennest of agressief wild), of in onnatuurlijke(!) obstakels zoals een geparkeerde auto. Een braamstruik behoort tot de natuurlijke begroeiing van de baan en bij de uitdaging van discgolf. Als je je broek heel wilt houden kost je dat dus een strafworp.
Casual water #
Tijdelijk of onbedoeld water op de baan, zoals grote plassen na een flinke regenbui, dat door de wedstrijdleiding niet officieel als Out-of-Bounds (OB) is aangewezen. Belandt je disc in casual water, dan levert dit geen strafworp op. Je mag de disc spelen vanaf de plek waar hij in het water ligt, of je mag zonder straf je positie naar achteren verplaatsen op de speellijn. Zie ook Casual relief.
Courtesy violation #
Een regelovertreding wegens onbeleefd of onsportief gedrag op de baan. Voorbeelden zijn praten tijdens de worp van een tegenstander, uit je beurt gooien, of afval achterlaten. Kan leiden tot een officiële waarschuwing of strafworpen.

D

Death putt #
Een putt op een basket die op een steile helling of dicht bij een afgrond (water, OB) staat. Als je de putt mist, is de kans groot dat de disc ver weg rolt of in de gevarenzone eindigt.
Drive #
De eerste worp vanaf de tee aan het begin van een hole. De term wordt daarnaast ook gebruikt voor een krachtige worp over een lange afstand vanaf de fairway.
DROT #
Disc Resting On Top. Wanneer de disc stil komt te liggen bovenop het "dak" van de basket. Dit telt NIET als geholed; de speler moet nog een worp doen.
Dubbelen #
Een wedstrijdvorm waarbij teams van twee spelers tegen elkaar strijden. De meest gespeelde variant is Best Shot, waarbij beide spelers gooien en het team telkens vanaf de best gelegen disc verder speelt, totdat de hole is uitgespeeld. Doel is om samen een zo laag mogelijke score te behalen.

F

Falling putt #
Een overtreding die ontstaat wanneer een speler bij een putt (binnen 10 meter van de basket) na de worp zijn balans naar voren verliest en voor zijn marker op de grond stapt.
Flippen #
Het naar voren omdraaien van een gelande disc, exact op de speellijn richting de basket. Door de disc op deze manier te flippen, fungeert de zojuist geworpen schijf zelf als marker voor je volgende worp. Dit is een snelle en toegestane manier om je ligging (lie) te markeren wanneer je geen aparte mini-marker gebruikt.
Fore! #
De traditionele waarschuwingskreet die je luid roept als je disc gevaarlijk dicht in de buurt van andere mensen of spelers vliegt. Als je dit hoort: bukken en je hoofd beschermen!

G

Gimme #
Een putt van een zeer korte afstand waarbij het vrijwel gegarandeerd is dat de disc in de basket belandt. Het is het discgolf-equivalent van een 'inkoppertje' dat je nagenoeg onmogelijk nog kunt missen.

H

Hazard #
Een aangewezen gebied op de course (zoals een zandbak of nat moeras) dat specifieke straffen met zich meebrengt. Land je in een hazard, dan krijg je vaak een strafworp, maar speel je de disc wel vanaf de plek waar hij in de hazard ligt.
Holing out #
Een succesvolle worp waarbij de disc definitief in de opvangbak of de kettingen rust, waarmee de hole is afgerond.

I

Interference #
Een spelregel-situatie waarbij een vliegende of rollende disc onbedoeld wordt aangeraakt of beïnvloed door een dier, toeschouwer, of een speler (buiten degene die wierp). Volgens de regels wordt er geen straf gegeven en moet de disc gespeeld worden vanaf de plek waar hij na de inmenging tot stilstand is gekomen.

K

Kick #
Wanneer een disc een object (vaak een boom of tak) raakt en door de impact onvoorspelbaar van richting verandert. Een "goede kick" brengt je dichter bij de basket, een "slechte kick" kan je diep in de problemen brengen.

L

Lie #
De exacte plek op de baan waar de disc tot stilstand is gekomen en vanwaar de volgende worp gedaan moet worden.
Line of Play #
De denkbeeldige, rechte lijn op het speeloppervlak die loopt vanaf de paal van de basket, exact door het midden van de markering (de mini-marker of gelande disc) van de speler, en verder door naar achteren. Deze onzichtbare lijn is essentieel in de regels: de voet van de speler moet tijdens de worp precies op deze as achter de marker worden geplaatst voor een legale stand (stance).
Lost disc #
Een disc die na de worp niet meer teruggevonden kan worden. Volgens de regels krijg je een strafworp en gooi je verder vanaf de plek waar de disc voor het laatst inbounds was te zien.

M

Mandatory #
Zie Mando.
Mando #
Mandatory. Een verplicht speelpad. Vaak een boom of paal met een pijl erop. Je MOET de disc aan de aangegeven kant langs de mando gooien. Mis je de mando, dan krijg je een strafworp en moet je naar een drop zone.
Match play #
Wedstrijdvorm waarbij twee spelers of teams, hole per hole tegen elkaar in plaats van de totale worpen te tellen. Wie op een bepaalde hole de minste worpen heeft, wint die hole. De speler met de meeste gewonnen holes aan het einde van de ronde wint de wedstrijd.

N

Natural OB #
Gebied buiten de fairway dat zo dicht begroeid is dat spelen er feitelijk onmogelijk is — dikke struiken, braamboschages of diep moeras.

O

OB-lijn #
De grens tussen inbounds en out-of-bounds — vaak gemarkeerd met lint, verf of een natuurlijke grens zoals een pad of waterrand. Als de disc volledig voorbij deze lijn tot stilstand komt, is het OB.
Oefenworp #
Tijdens een geregistreerde ronde is het ten strengste verboden om oefenworpen uit te voeren (het gooien van een tweede schijf of het nogmaals gooien van een eerdere, onfortuinlijke worp na je beurt). Het uitvoeren van een 'practice throw' op de baan tijdens toernooien wordt onmiddellijk bestraft met één strafworp.
One-Disc Challenge #
Een trainingsvorm of fun-toernooi waarbij je de hele ronde (inclusief putten en afworp) met slechts één en dezelfde disc mag spelen. Vaak wordt hiervoor een neutrale midrange of putter gekozen.
Optional relief #
Een officiële regel die je toestaat om je marker (lie) onbeperkt naar achteren te verplaatsen op de denkbeeldige speellijn, weg van de basket. De prijs voor deze strategische terugtocht is precies één strafworp. Het is de ultieme noodrem voor wanneer je schijf zich diep in een ondoordringbaar fort van doornstruiken heeft geboord, en je besluit dat het incasseren van een strafpunt simpelweg minder pijnlijk is dan het riskeren van lokaal bloedverlies.
Out-of-Bounds #
Buiten de speelgrenzen van de baan (zoals wegen, water, of afgebakende zones). Als je disc in het OB-gebied landt, levert dat één strafworp op en gooi je verder vanaf de plek waar de disc voor het laatst inbounds was.

P

Penalty Stroke #
Een extra worp die aan de score van een speler wordt toegevoegd wegens een regelovertreding, zoals in de out-of-bounds landen, het missen van een mando, of een voetfout.
Practice throw #
Zie Oefenworp.
Provisional #
Een extra, voorlopige worp die je gooit direct nadat je vermoedt dat je vorige worp OB is gegaan of verloren is — zodat je niet ver hoeft terug te lopen om het te controleren.
Putter-only Round #
Een ronde waarbij je hele tas thuisblijft, behalve je putters. Een uitstekende (en confronterende) manier om aan je werptechniek en vorm te werken, omdat putters genadeloos elke technische fout laten zien.

R

Relief #
De regelterm voor het verplaatsen van je ligging (lie) naar een beter speelbare positie. Of dit een strafworp kost, hangt af van de situatie. Je krijgt geen strafworp (Casual relief) bij gevaar, tijdelijk water of onnatuurlijke obstakels. Ligt je disc echter in een onhandige, maar natuurlijke situatie (zoals diep in een doornstruik) en kun je er fysiek niet bij? Dan kun je ervoor kiezen om naar achteren te verplaatsen (Optional Relief), maar dat kost je één strafworp.
Ript Revenge #
Een populair discgolf-kaartspel dat je tijdens een ronde met vrienden speelt. Door goede worpen te doen verdien je kaarten, die je vervolgens kunt inzetten om je tegenstanders te saboteren (bijvoorbeeld: "Je tegenstander moet zijn volgende worp met zijn verkeerde hand gooien").
Risk-reward #
De afweging tussen het risico van een agressieve lijn en de potentiële beloning ervan. De kunst van discgolf zit voor een groot deel in het maken van de juiste risk-reward keuze.

S

Safari Golf #
Een ronde waarbij de standaard paden van de baan worden losgelaten. Spelers bedenken zelf nieuwe holes door bijvoorbeeld af te slaan vanaf de tee van hole 1, maar te gooien naar de basket van hole 3. Vaak gebruikt door locals om een bekende baan weer uitdagend te maken.
Safari Lay-out #
Scramble #
Het redden van een par (of betere score) nadat je met je tee-worp in de problemen bent gekomen. Het vermogen om vanuit een moeilijke positie alsnog de basket te vinden.
Skins #
Een wedstrijdvorm (vaak gespeeld met vier spelers) waarbij elke hole een bepaalde waarde heeft (een 'skin', vaak in de vorm van geld of punten). De speler die de hole met de laagste score wint, wint de skin. Is er een gelijkspel op de hole? Dan schuift de skin door naar de volgende hole, waardoor de pot steeds groter wordt.
Skins Match #
Zie Skins.
Spit-out #
Een putt die de kettingen of de paal in de basket raakt, maar er tot frustratie van de speler weer uit stuitert in plaats van in de mand te vallen.
Splash-out #
Een gemiste putt waarbij de disc vol in de kettingen terechtkomt, maar zijwaarts uit de basket wordt geduwd in plaats van erin te vallen. Ziet er goed uit, voelt verschrikkelijk.
Stance #
De officiële, fysieke voetstand van een speler op exact het moment dat de disc de hand verlaat. De regels schrijven strak voor hoe deze 'stance' moet zijn ten opzichte van de marker (bijvoorbeeld: ten minste één steunpunt direct achter de lie en geen steunpunten die dichter bij de basket staan dan de lie).
Stroke Play #
De meest gangbare toernooivorm. Alle worpen van elke hole worden bij elkaar opgeteld. De speler met het laagste aantal worpen over de hele ronde wint.
Stymied #
Een situatie waarbij een obstakel — vrijwel altijd een boom — zich precies tussen jouw lie en de basket bevindt, zodat je geen vrije, directe worp hebt.
Supporting point #
Volgens de officiële regels is een supporting point elk lichaamsdeel (zoals een voet, knie, hand, elleboog of neusvleugel) dat op het moment van de worp in contact staat met de ondergrond of met een object dat steun biedt. Om een worp correct uit te voeren, moet ten minste één supporting point in contact zijn met de 'lie' en mogen geen supporting points zich op een ongeldige positie bevinden (zoals vóór de 'lie' of buiten de baan).

T

Tap-out #
Een situatie waarbij je disc zo ontzettend dicht bij of onder de basket is geland, dat de overgebleven putt als honderd procent gegarandeerd wordt beschouwd. In recreatieve rondes roepen medespelers dan vaak dat je hem mag oppakken, aangezien het uiterst geconcentreerd innemen van je werphouding voor een afstand van dertig centimeter toch een beetje sneu oogt. Let wel: in een officieel toernooi ben je altijd verplicht de disc daadwerkelijk in de kettingen of opvangbak te laten vallen.
Tough Shot #
Een vorm van dubbelen waarbij beide spelers gooien, maar het team (vaak bepaald door de tegenstander) gedwongen wordt om telkens vanaf de slechtste ligging verder te spelen.
Twee-meter regel #
Een optionele regel die bepaalt dat een speler een strafworp ontvangt wanneer een disc tot rust komt in een boom of ander obstakel op een hoogte van twee meter of meer boven het speeloppervlak. De toepassing hiervan is onderworpen aan de beslissing van de toernooidirecteur en wordt in de praktijk zelden gehanteerd.

U

Ultimate #
Die "andere" disc-sport, waarbij twee teams van zeven spelers overgooien met een disc, op een veld van 100x37 meter met twee eindzones.

V

Voetfout #
Een regelovertreding, waarbij de werper tijdens het moment van loslaten geen steunpunt heeft dat in contact staat met de correcte ligging, of buiten/voorbij de afslagplek stapt.

W