Discpedia / Discgolf termen

Discgolf disc met een stamp van DiscpediaDe Discpedia verklaart de meeste discgolf termen en nog veel meer. Van Ace tot Zweefvermogen, en alle schijftaal daartussen. Lekker doorzoekbaar en aanklikbaar.

De lijst is al veel te compleet, dus als je nog aanvullingen of correcties hebt, dan horen we dat graag.

30 termen gevonden in categorie Vliegkenmerken

C

Crosswind #
Zie Zijwind.
Cycling #
Een methode waarbij een speler meerdere exemplaren van exact dezelfde disc (dezelfde mal, gewicht en plasticsoort) in de tas heeft, maar elk in een ander stadium van slijtage ('wear' of 'beat-in'). Omdat een disc door veelvuldig gebruik langzaam onderstabieler wordt, kan de speler met één vertrouwde grip toch meerdere vluchtlijnen afdekken, variërend van overstabiel (nieuw) tot onderstabiel (ingespeeld).

F

Fade #
Het vierde vliegnummer op een disc (0 tot 5). Beschrijft de overstabiliteit: de neiging van een disc om aan het einde van de vlucht, wanneer hij snelheid verliest, sterk naar links te buigen (bij RHBH).
Flight numbers #
Flippy #
Een disc met meer turn dan fade — hij heeft de neiging om naar rechts te draaien (bij RHBH) en niet terug te komen. Gevorderden kopen ze bewust voor specifieke shots. Ook geschikt voor beginners, want met minder speed vliegen flippy discs enigszins rechtdoor.

G

Glide #
Het tweede cijfer van de vier vliegnummers (flight numbers) op een disc, doorgaans variërend van 1 tot 7. Glide beschrijft het natuurlijke zweefvermogen van de schijf: de mate waarin deze aerodynamische lift vasthoudt en in de lucht wil blijven hangen. Een disc met veel glide (5 of hoger) maximaliseert de afstand bij worpen met minder arm-speed. Een disc met weinig glide (1 of 2) wil juist zo snel mogelijk terug naar de aarde.

H

Headwind #
Zie Tegenwind.
High-Speed Stability #
De aerodynamische eigenschap die bepaalt hoeveel weerstand een disc biedt tegen afbuigen in de snelle beginfase van de vlucht. Dit staat tegenwoordig beter bekend als het derde vluchtnummer: de Turn. Een disc met een hoge HSS blijft strak rechtdoor vliegen bij hoge snelheden, terwijl een disc met een lage HSS sneller de neiging heeft om om te slaan naar rechts (bij een rechtshandige backhand).

L

Low-Speed Stability #
De neiging van een disc om aan het einde van de vlucht, wanneer de voorwaartse snelheid en rotatie afnemen, uit zijn rechte baan af te buigen. Dit staat tegenwoordig bekend als het vierde en laatste vluchtnummer: de Fade. Een schijf met een hoge LSS zal aan het eind van de vlucht altijd sterk en voorspelbaar naar links afbuigen (bij een rechtshandige backhand).

M

Meathook #
Een extreem overstabiele disc met een vlucht die lijkt op een vleeshaak: aan het einde van zijn vlucht heeft de disc een zeer sterke turn (en buigt bij een RHBH worp dus heel erg scherp naar links).
Meewind #
Wind die van achteren in de rug van de speler blaast. Op aerodynamisch vlak zorgt meewind ervoor dat de disc zich gedraagt alsof deze véél langzamer wordt gegooid. Hierdoor zal de disc extra overstabiel reageren, aanzienlijk sneller faden (afbuigen) en over het algemeen minder ver vliegen en sneller dalen.

N

Net stability #
Een snelle manier om de algehele vlucht van de disc in te schatten door de Turn (HSS) en Fade (LSS) bij elkaar op te tellen.

O

Onderstabiel #
Een disc met een sterke neiging om naar rechts te draaien (Turn) tijdens het snelste gedeelte van de vlucht (bij een RHBH worp).
Overstabiel #
De sterke neiging van een disc om hard af te buigen naar links bij een RHBH, en weerstand te bieden bij tegenwind.
Overstable #

S

Speed #
Het eerste vliegnummer op een disc. Geeft aan hoe snel een disc uit de hand moet komen om zich te gedragen zoals de overige vliegnummers aangeven.
Stabiel #
De neiging van een disc om tijdens het grootste gedeelte van zijn vlucht mooi rechtdoor te blijven vliegen, zonder veel afwijking.
Stabiliteit #
Zie Stabiel.
Stable #
Zie Stabiel.

T

Tailwind #
Zie Meewind.
Tegenwind #
Wind die direct op de voorkant van de vliegende disc blaast. Aerodynamisch gezien telt de windsnelheid op bij de arm-speed, waardoor de disc zich gedraagt alsof hij enorm hard wordt gegooid. Dit resulteert in een veel onderstabieler vluchtpatroon; de disc zal sneller 'turnen' en heeft een grotere neiging om naar rechts af te zwaaien (bij RHBH) en ongewild om te slaan.
Turn #
Het derde vliegnummer. De neiging van een disc om aan het begin van de vlucht naar rechts af te buigen (bij een RHBH).

U

Understable #

V

Vliegpatroon #
Vluchtnummers #
De vier cijfers op een disc (Speed, Glide, Turn, Fade) die het vliegpad beschrijven.
Vluchtpatroon #
De verwachte vluchtlijn van een disc onder normale omstandigheden, wanneer deze met de juiste snelheid wordt gegooid.

Z

Zijwind #
Wind die diagonaal of haaks over de fairway blaast. Bij een backhand-worp zal wind die op de bovenkant van de disc (flight plate) drukt de schijf hard naar de grond duwen, terwijl wind die onder de vliegende disc slaat zorgt voor ongecontroleerde 'lift' en een dramatische toename van de overstabiliteit.
Zweefvermogen #
Zie Glide.