Welke arm-speed heb jij?

Arm-speed in het kort

De Speed-aanduiding op een discgolfdisc staat voor de minimale snelheid en rotatie die jij moet genereren voor de beoogde vlucht, niet de absolute snelheid van de disc zelf. Om jouw ideale maximale disc-snelheid te bepalen, deel je je maximale gecontroleerde werpafstand in meters door 10. Kies discs die passen bij je arm-speed, want de juiste 7-speed disc werpt verder en met meer controle dan een te snelle driver.

Het fenomeen arm-speed blijft voor veel discgolfers iets mysterieus. Je bent zeker niet de enige die denkt dat een snellere disc automatisch meer afstand oplevert; het lijkt toch heel logisch als je begint met gooien. Toch werkt het in discgolf net even anders. Een Speed 14 disc gaat een worp van 60 meter niet ineens veel verder brengen, integendeel, vaak verlies je er juist controle over. We duiken hier even wat dieper in, zodat je voortaan precies de juiste discs kunt kiezen voor jouw spel. En: hoe hard je een bepaalde disc moet gooien voor het gewenste resultaat.

Het is belangrijk om te weten dat we het hier over arm-speed hebben, en niet over arm-power. Ver gooien gaat meer om snelheid dan om pure kracht. Natuurlijk speelt kracht ook een rol, maar de invloed van goede techniek (timing en die vlotte, soepele beweging) is veel belangrijker.

Speed is geen kilometer per uur

Het speed-nummer op een disc is geen directe maatstaf voor snelheid, zoals kilometers per uur. Het geeft vooral iets aan over de aerodynamica en de breedte van de rand (de rim width).

Putters (Speed 1-3): Hebben een stompe rand, vangen veel lucht en vliegen daardoor relatief langzaam, maar gecontroleerd.

Midranges (Speed 4-6): Hebben een rand die net iets breder en aerodynamischer is dan een putter. Ze vliegen daardoor sneller en verder, maar hebben nog steeds een relatief stompe rand waardoor ze extreem gecontroleerd en met veel "zweefvermogen" (glide) door de lucht gaan.

Fairway Drivers (Speed 7-9): Zijn een stuk gestroomlijnder en snijden soepeler door de lucht.

Distance Drivers (Speed 10-14): Hebben een brede, scherpe rand ontworpen om maximale weerstand te doorbreken.

De speed rating geeft in de praktijk aan wat de minimale snelheid en rotatie (spin) is die jij de disc moet meegeven bij het loslaten, om hem te laten vliegen volgens de andere drie cijfers (Glide, Turn en Fade).

De praktijk: hoe snel is dat dan?

Er is geen perfecte formule die de speed rating direct vertaalt naar kilometers per uur, omdat de spin (rotatie) net zo cruciaal is. Om je een idee te geven: topspelers gooien hun snelle drivers met een release-snelheid van ruim 90 tot 120 km/u. Als jij een 7-speed disc (zoals een Teebird of Explorer) strak en recht wilt laten vliegen, moet deze je hand verlaten met ongeveer 70 tot 85 km/u.

Gooi je langzamer dan de disc vereist? Dan gedraagt de schijf zich veel "overstabieler". Hij weigert dan mooi vlak te blijven, duikt vroegtijdig naar links (bij een rechtshandige backhand) en haalt daarmee ook niet de afstand die een schijf zou halen die wel bij jouw arm-snelheid past. Die fade-bocht kost je meters die anders naar voren waren gegaan..

De vuistregel: Afstand gedeeld door 10

Omdat we (meestal) geen snelheidsmeters op de teepad hebben, gebruiken we een hele handige vuistregel. Deze is jaren geleden ontstaan op de Amerikaanse online forums (zoals Reddit) en via pro-clinics. In de Verenigde Staten staat deze bekend als de "Rule of 35": je neemt je maximale, gecontroleerde afstand in feet en deelt die door 35 om je maximale disc speed te bepalen.

Omdat wij in het metrieke stelsel werken, is de rekensom voor ons veel eenvoudiger: deel je maximale, gecontroleerde afstand in meters door 10.

  • Tot 50 meter: Speed 5 (Midranges & Putters)
  • Tot 70 meter: Speed 7 (Fairway Drivers)
  • Tot 100 meter: Speed 10 (Control Drivers)
  • 120+ meter: Speed 12 - 14 (Distance Drivers)

Spelen met snelheden: inhouden of vol doorgaan?

Stel, je hebt inmiddels de techniek om een 9-speed driver goed te gooien. Hoe bepaal je dan de juiste snelheid als je ineens een 5-speed midrange pakt? Moet je je inhouden?

Het antwoord is ja en nee. Je houdt je arm-snelheid (lees: torso-rotatie) wellicht iets in (je gooit bijvoorbeeld op 75% tot 80% van je maximale snelheid), maar je houdt je spin nóóit in. Je wilt de disc altijd met een vloeiende beweging en maximale rotatie gooien. Vaak vangen ervaren spelers dat verschil in snelheid op door een tragere disc op een lichte hyzer-hoek (de buitenkant naar beneden gekanteld) los te laten. Dankzij de flinke spin en kracht klapt de disc vanzelf vlak (een hyzer-flip) en glijdt hij prachtig rechtuit. Het draait dus ook bij tragere discs veel meer om een soepele, beheerste en vloeiende techniek dan om brute kracht.

De magie van de werpputter

Dit verklaart ook meteen waarom je ervaren spelers vaak een putter ziet gooien op holes van 60 tot 80 meter, waar beginnende spelers een 7-speed driver voor pakken. Een putter vliegt heel voorspelbaar, heeft weinig zijwaartse beweging in de lucht en landt heel zacht, zonder nog 10 meter door te skippen over het gras. Die vuistregel hierboven is dus zeker geen wet, maar geeft een idee van snelheid.

Maar hoe gooi je een putter zo ver zonder dat hij helemaal omklapt (een onbedoelde turnover)? Dat heeft alles te maken met een schone release. Putters zijn hoog en stomp; ze vangen veel lucht. Als je techniek niet vloeiend is en de disc "wiebelend" je hand verlaat (we noemen dat Off-Axis Torque of OAT), straft een putter dat onmiddellijk af door hard naar rechts om te klappen. Goede spelers genereren enorm veel spin zonder enige wiebel, waardoor de putter de snelheid perfect aankan.

Een echte 'werpputter' onderscheidt zich daarnaast vaak door het plastic. Ze worden meestal gemaakt in premium plastics (de stuggere, gladdere materialen in plaats van basis-plastic), omdat die veel meer stabiliteit behouden, zelfs als je er hard mee gooit. Vaak hebben ze ook een iets vlakker en ondieper profiel, wat comfortabeler in de hand ligt bij een krachtige worp.

Wat doet die 9-speed schijf in een starterset?

Als je dit leest en net een starterset hebt aangeschaft, krab je je misschien achter de oren. De vuistregel zegt dat speed 9 bedoeld is voor afstanden richting de 90 meter, maar vrijwel elke fabrikant stopt een 8-speed of 9-speed driver in hun basis-setjes voor absolute beginners. Hoe zit dat?

Dit is geen ontwerpfout, maar een hele bewuste keuze van de fabrikant. Er zijn drie redenen waarom je die specifieke 9-speed wél redelijk goed kunt gooien:

  1. Flink Onderstabiel: De drivers in deze sets hebben sterk negatieve turn-nummers (bijvoorbeeld -3 of -4, het derde nummer van de vier). De aerodynamica van deze specifieke discs is ontworpen om van nature naar rechts te trekken. Als een (te lage) arm-speed ervoor zorgt dat de disc te snel naar links wil, trekt het design van de disc hem juist weer naar rechts. Dat heft elkaar op, met een redelijk rechte vlucht als resultaat. 
  2. Het gewicht: De discs in een starterset zijn vaak aan de lichte kant. Waar een standaard driver vaak 170 tot 175 gram weegt, weegt de driver uit een starterset vaak maar 140 tot 150 gram. Dit lagere gewicht compenseert voor een lagere arm-speed, waardoor je de schijf makkelijker op snelheid brengt.
  3. Ruimte om te groeien: Een starterset is bedoeld om je de eerste stappen van de sport te laten ervaren. Naarmate je techniek (en arm-speed) in de eerste maanden verbetert, groeit deze disc met je mee. Zodra je merkt dat deze lichte driver steeds vaker onbedoeld naar rechts klapt en crasht, weet je precies hoe laat het is: je techniek is verbeterd en je bent klaar voor zwaardere discs!

Naarmate je techniek verbetert, zul je merken dat (vooral door meer spin) een beginnersdisc steeds vaker naar rechts vliegt. Als je merkt dat de schijf niet meer rechtdoor gaat, maar naar rechts afwijkt (bij een RHBH-worp), is het tijd om te gaan shoppen voor een minder overstabiele driver. Of: oefenen op een hyzer-flip.

Een snellere disc in je tas voor "Utility" worpen

Nu je weet waarom er in een starterset plek is voor een 9-speed schijf, weet je misschien ook dat je als beginner alle discs boven speed 7 niet meteen in de prullenbak hoeft te gooien. Zelfs als je de arm-speed (nog) niet hebt voor een volle, rechte vlucht, kan een 11-speed of 12-speed disc toch nuttig zijn als een zogenaamde utility disc. Omdat de disc voor jouw arm te snel is, zal hij zich extreem overstabiel gedragen. En als je dat weet, dan kun je in je voordeel gebruiken op de baan:

  • Betrouwbare hoeken (Doglegs): Ligt de basket scherp naar links (voor een rechtshandige backhand)? Een snelle disc zal gegarandeerd hard en vroeg naar links duiken. Je hoeft niet bang te zijn dat hij per ongeluk te lang rechtdoor vliegt. Hole 3 in Stadsbos013 is daar een goed voorbeeld van. 
  • Vechten tegen de wind: Als je wind tegen hebt, gedraagt een disc zich alsof hij sneller gegooid wordt, waardoor hij sneller naar rechts klapt (turnover). Een snelle, brede rand is veel beter bestand tegen die tegenwind en blijft betrouwbaar links eindigen.
  • Bewust skippen (Flare Skips): Discs met een brede rand (speed 9 en hoger) ketsen veel makkelijker van de grond af dan putters of midranges. Door je disc laag en met een hoek richting de grond te gooien, kun je een flare skip creëren: de disc raakt de grond en stuitert hard, soms wel meters hoog, zijwaarts verder richting de basket. Ideaal om een hoek om te komen waar je niet door de lucht heen kunt.
  • Flex shots: Je gooit de disc bewust op een (flinke) anhyzer-hoek (de buitenkant van de disc omhoog). Omdat de disc eigenlijk te snel en te stabiel is voor je arm, weigert hij naar rechts te blijven vliegen en zal hij zich krachtig terugvechten (flexen) naar links. Dit levert een mooie, ruime S-curve op om obstakels te ontwijken.

Het belang van Field Work

De theorie is mooi, maar je komt er in de praktijk pas echt achter wat een disc doet door het simpelweg veel te proberen. Daarom is field work zo ontzettend waardevol. Pak een stapel discs, ga naar een leeg voetbal- of rugbyveld en gooi ze één voor één met dezelfde, gecontroleerde beweging. Kijk vooral goed naar de vlucht.

Valt de disc al vroeg uit de lucht en duikt hij hard naar links, terwijl je 'm toch vlak had los gelaten (zonder teveel nose-up)? Dan ben je waarschijnlijk nog niet klaar voor die speed. Vliegt de disc prachtig in een S-lijn of blijft hij lang recht? Dan heb je de juiste arm-speed en techniek te pakken. Door veel op een open veld te gooien, leer je je eigen krachten kennen en sta je de volgende keer met veel meer zelfvertrouwen op de teepad.

Meten is weten: de flight analyzer

We hadden het er hierboven over dat er op de teepad geen radarpistolen staan, maar de techniek in onze sport heeft natuurlijk niet stilgestaan. Tegenwoordig maken we gebruik van zogenaamde flight analyzers (denk aan een TechDisc of GameProofer). Dit zijn slimme discs, of sensoren op een disc, die exact meten wat er gebeurt tijdens de millisecondes dat de schijf jouw hand verlaat.

Zo'n analyzer meet niet alleen je daadwerkelijke release-snelheid (in kilometers per uur), maar geeft je ook data over je spin (in RPM), de hoek van de neus (nose angle) en of je de disc een zuivere release geeft zonder die gevreesde wobble. Waar je normaal gesproken op de vlucht van de disc moet vertrouwen om je arm-speed te raden, geeft deze technologie je de objectieve feiten. Het is de beste manier om te zien of je echt klaar bent voor een snellere disc, of dat een kleine aanpassing in je houding of grip je direct meer afstand oplevert.

Het mooie is: binnen onze vereniging hebben we een flight analyzer en deze zetten we ook met regelmaat in tijdens onze trainingen. Het is de perfecte kans om het giswerk uit je worp te halen en je techniek gericht te verbeteren. Vraag er de volgende keer gerust naar bij de trainers, dan duiken we samen in jouw data en optimaliseren we de keuzes in je tas!